Druivensoorten

Er zijn wereldwijd meer dan 500 druivenrassen waar wijn van wordt geproduceerd.  Druivenrassen en de eigenschappen van deze druiven zijn de belangrijkste smaakbepalende factoren waaraan je een wijn kunt herkennen. De aroma’s en de smaken van de verschillende druivensoorten  maken een wijn tot wat deze wijn is en zul je ook, door de eigenschappen van een druivensoort, juist wel of niet gecharmeerd zijn van een wijn. Veel en bewust proeven, leert je verschillende druiven te herkennen en daarmee ook je persoonlijke smaak te herkennen. 

Aglianico
Aglianico is de topdruif uit het zuiden. Ze heeft een donker gekleurde dikke schil. Aglianico loopt vroeg uit, maar rijpt heel laat. Soms kan ze pas in november geoogst worden. Aglianico groeit in een soort halve maan van Napels tot aan Bari. Maar de beste resultaten geeft ze op de vulkanische bodems van Avellino in Campanië en op de Vulture vulkaan in Basilicata. Hier komen de beste Aglianico wijnen vandaan - de Aglianico del Vulture en de Taurasi - deze wijnen hebben rijke aroma's van pruim, kers, zwarte peper, groene tabak en chocola. Stevig zuur en een optimale tanninekwaliteit zorgen ervoor dat deze wijnen een welhaast eindeloos leven hebben. De grootste wijnen van Zuid-Italië worden gemaakt van Aglianico. Sinds enkele jaren wordt met de Aglianico geëxperimenteerd in Australië. De Agliancio voelt zich helemaal thuis in het warme, zonnige klimaat. Het is nu zelfs één van de meest edele druivensoorten van Italië en een belangrijke speler voor rode wijn in het zuiden. Aglianico is verwant aan de Nebbiolo en brengt dus wijnen voort met krachtige tannines en volwassen zuren.

Alicante Bouschet
De Alicante Bouschet is een blauwe druivensoort, met als zeer bijzonder kenmerk dat het rood vruchtvlees heeft. Dit wordt teinturier genoemd. Het is een kruising tussen de Grenache Noir en de Petit Bouschet. Een synoniem voor deze druif is Garnacha Tintorera. De bloei begint al vroeg in het voorjaar waardoor er risico ontstaat van nachtvorst, die grote schade kan aanbrengen. Alhoewel resistent tegen echte meeldauw, is deze druif gevoelig voor valse meeldauw, wind en droogte. Hoewel de druif een hoge opbrengst per hectare kan genereren, is terugsnoeien vereist wanneer men er een goede cépagewijn van wil maken. De wijn heeft een zeer diepe rode kleur en is in de afdronk zacht en fruitig. In 2008 waren er nog maar bijna 6.000 hectare aangeplant in Frankrijk ten opzichte van bijna 16.000 in 1988. Gebieden nu zijn de Jura, Lot-et-Garonne en Val de Loire. In het Spaanse Galicië ruim 22.000 hectare met de Garnacha Tintorera en ook in Portugal, Californië, Noord-Afrika en Chili komt deze druif voor, zij het beperkt.

Aligote 
De Aligoté druif is een kruising tussen de druiven Pinot en Gouais, over het algemeen levert de Aligoté een sappige, licht-fruitige wijn op, die vooral vroeger bekend staat om ook haar hoge zuurgraad. Vroeger stond de aligoté bekend als plante des trois raisins. In Frankrijk vooral in Chablis en Bourgogne Alligoté Bouzeron aangeplant en was hier enige eeuwen geleden zelfs belangrijker dan de Chardonnay. Tegenwoordig wordt de Aligoté overschaduwd door deze soort. In oost Europa (Roemenië, Moldavie) is meer dan 25000 hectare beplant. Ook in Californië en in de wat koelere streken van Noord en Zuid-Amerika (westkusten) is de druif te vinden. Er zijn twee soorten Aligoté-druiven namelijk: De Aligoté Vert en de Aligoté Doré, waarvan de laatste de mooiste wijn oplevert. Synoniemen voor deze druif zijn: de Plant Gris en de Blanc de Troyes. De wijnen dienen wel jong gedronken te worden en zijn hooguit 3 à 4 jaar houdbaar. De wijnen zijn fris zuur en kunnen een ronde fruitigheid hebben. Droge en lichte wijnen met een licht kruidig karakter, citroen, iets appel en noten. Het aroma is aangenaam maar weinig apart. 

Alvarinho
Een oud druivensoort van uitzonderlijke kwaliteit, terecht beroemd als beste wijnen die worden geproduceert in de Vinho Verde regio, met name in de twee subregio's van Monção en Melgaço. Alvarinho heeft een zeer karakteristieke florale en fruitig profiel met noten van linde, mint, kamperfoelie, perzik, grapefruit en appel, allemaal goed getrouwd met de hoge zuurgraad van de typische frisse witte wijnen uit het noordwesten van Portugal. De druiven brengen evenwichtige wijnen met een goede structuur en alcohol niveaus.

Antão Vaz
De Antão Vaz is een zeer sterk ras, dat goed bestand is tegen hitte en droogte en resistent is tegen de meeste plantenziektes. De trossen zijn groot, met relatief grote druiven die een zeer dikke schil hebben. De wijn is van goede kwaliteit, heeft het aroma van tropisch fruit en kent een goede balans tussen zuurgraad en alcohol. Ook wordt deze druif succesvol geblend met een tweetal andere soorten, namelijk de Arinto de Bucelas en de Síria.
Tot voor kort werd deze druif slechts verbouwd rond Vidigueira in het zuiden van Alentejo, maar tegenwoordig vindt de teelt in de hele regio plaats, specifiek in Reguengos, Évora en Moura, zodat het nu een van de meest geplante variëteiten is in de regio met een totaal van ruim 1.400 hectare.

Aragonez
Dit is de Portugese naam voor de nationale druif van Spanje, de Tempranillo. In Spanje is deze druif onder diverse namen bekend, zoals Cencibel, Tinto del pais of Ull de llebre. Tempranillo wordt veel aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. De Tempranillo druiven rijpen vroeg en hier dankt hij dan ook zijn naam aan. Immers Temprano betekent in het Spaans 'vroeg'.
De druif Aragonez produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geblend op de markt gebracht.
Ook in Portugal is Aragonez te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem ook wel Tinta roriz. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif enkel te vinden in Argentinië, waar hij de naam Tempranilla draagt. 

Arinto
Arinto ook Padernã genoemd  komt vooral voor in Beira Interior, Alentejo, Douro en Burcelas streek.
Deze laatrijpe witte topdruif met unieke pikante en fijne zuurgraad zorgt voor elegante witte wijnen. De Arinto druif wordt vaak gebruikt in mousserende wijnen en in Vinho Verde.  De jonge wijnen van Arinto druiven, ook wel de zomervriend genoemd, zijn droog, krachtig en fris van smaak met accenten van groene appels, citroen en limoen.

Arneis 
De Arneis heeft als bijnaam ook wel de “witte nebbiolo” of “kleine koning”, waarmee het belang en het nobele karakter van deze druif aangegeven wordt. Het is een van de belangrijkste witte druivensoorten van (noord) Italië en wordt alleen in Piemonte verbouwd. Hij wordt dan ook maar onder 2 appellaties gebruikt: de Roero Arneis DOCG en de Langhe Arneis DOC. De oudst bekende vermelding dateert uit 1478 uit de omgeving van Canale, die toen ook wel Renexij genoemd werd, waarschijnlijk naar de Renesio heuvel. Tot in de jaren ’70 werd vaak wat Arneis toegevoegd aan de rode wijnen van de Nebbiolo om die minder hard te maken. De Arneis is geen gemakkelijk te telen druif (zijn naam betekent in dialect ook letterlijk “kleine schurk”) met een vrij hoge ziektegevoeligheid en lage opbrengsten, en is mede daarom uit beeld geraakt. Vanaf de jaren ’80 verlegde de aandacht zich van kwantiteit naar kwaliteit, en kwam de Arneis weer in beeld vanwege zijn goede smaakeigenschappen. Sinds die tijd is hij met name eerst in Italië populair geworden, en de laatste jaren krijgt hij ook internationaal steeds meer erkenning.

De Arneis gedijt vooral erg goed op de arme zandbodems van de Roero. De druif geeft daar middelzware, verfijnde en elegante witte wijnen; geteeld in de Langhe geeft hij wat zwaardere wijnen met meer body. Over het algemeen wordt de Arneis niet op hout opgevoed maar alleen op roestvast staal (inox), al zijn er een paar producenten die de wijn (deels) een korte houtrijping geven. De wijn wordt in de regel het beste vrij jong gedronken, al kunnen sommigen een korte flesrijping van enkele hebben. De Arneis is een gemiddeld aromatisch en heeft een vrij lage zuurgraad. Daarom wordt meestal geen malolactische fermentatie toegepast, zodat de wijn lekker fris blijft. Hij heeft een lichte tot medium body met een duidelijke mineraliteit, vaak goed mondgevoel, en mooie frisheid met tonen van wit fruit zoals perzik en abrikoos, tropisch fruit, soms wat bloemige tonen, en meestal een mooi amandel bittertje in de afdronk. 

Avesso
De Avesso is een Portugese druivensoort voor de productie van witte wijnen en komt het meeste voor in Vinho Verde. De druivensoort heeft een hoog rendement met grote druiven. De wijnen die van dit ras worden gemaakt hebben een hoog alcoholgehalte, een wat lagere zuurgraad en zijn vrij aromatisch. 
De Avessodruif voegt veel body toe aan de meestal lichte wijnen uit de Vinho Verde Wijnstreek. 
Avesso betekent tegenstrijdig in het Portugees en dit ras heeft zijn naam te danken aan het feit, dat het alcoholpercentage - in tegenstelling tot de andere soorten in Noord Portugal - hoog is.

Barbarossa 
Barbarossa is een blauwe druivensoort en wordt naast de Provence en Corsica ook verbouwt in Italië. Dit ras geeft robuuste, aromatische wijnen en kunnen zeer goed ouderen. De druif is ook bekend als Barberou. Barbarossa wordt verbouwd in de regio Emilia-Romagna en op het Franse eiland Corsica. 
Toepassing van deze druif vindt vaak plaats in blends en in mindere mate als cépage-wijn.
De IGT Forli is gelegen in het zuidoosten van de regio Emilia-Romagna, tegen de Adriatische kust aan.

Barbera 
De Barbera is de op twee na meest aangeplante druif in heel Italië en is ook daarbuiten wel aangeplant, bijvoorbeeld in Californië en Argentinië, maar levert nergens zulke goede resultaten als in Piemonte. In Piemonte is het dan ook de meest aangeplante druivensoort, waar hij in ieder geval al in de 12e eeuw voorkwam. In Piemonte heeft de druif lang in de schaduw gestaan van de hoger aangeschreven Nebbiolo, maar dat beeld is vanaf het midden van de jaren ’80 snel aan het verdwijnen. In die tijd werd van de Barbera, mede vanwege zijn hoge zuurgehalte, vooral jonge wijn voor elke dag gemaakt. Dankzij een wat andere cultivatie, vooral toepassen van groene oogst voor opbrengstbeperking, en met moderne vinificatietechnieken zoals temperatuurcontrole en vatlagering, zijn de zuren getemd en bleek er wijnen van hoog niveau van gemaakt te kunnen worden. De afgelopen 2 decennia is de Barbera daarom aan een enorme opmars onder de kwaliteitswijnen begonnen, en behoren de top Barbera’s tot de beste wijnen van Italië.

Het veelzijdige karakter van de druif laat toe dat er diverse stijlen wijn van gemaakt kunnen worden. Er worden dankzij de hoge productie die de Barbera kan geven nog steeds bulkwijnen van gemaakt: als je in een willekeurig restaurantje in Piemonte een karafje rode huiswijn bestelt is dat in 9 van de 10 gevallen een Barbera, en vaak erg jong. Een plaatselijk populaire variant is de Barbera vivace, die een beetje nagisting heeft gehad waardoor die licht bruisend in het glas is. Van de kwaliteitswijnen zijn er de op inox gerijpte wijnen en de op hout gelagerde versie. De druif heeft van zichzelf weinig tannines, dus de versie die alleen op rvs is opgevoed is daardoor erg zacht, soepel en drinkbaar.

De op hout opgevoede versie, die zowel op grote foeders als op kleine vaten gelagerd kan zijn, heeft meer structuur, inhoud en complexiteit, en kan grootse wijnen opleveren. De smaak van Barbera kenmerkt zich door frisse zuren en een grote mate van fruitigheid, met vooral rood en zwart fruit zoals cassis, kersen, bramen en frambozen. De houtgelagerde variant heeft een complexe smaak met daarnaast nog kruidige tonen en vanille. Barbera die alleen op inox opgevoed is kan je het beste jong drinken, en kan ’s zomers eventueel kort in de koelkast een beetje gekoeld worden. Het zijn ideale begeleiders van het eten en passen bij vele gerechten, en zijn ook lekker om ’s avonds zo te drinken. Een houtgelagerde Barbera kan tussen enkele jaren tot bij de grootste crus wel 15+ jaar bewaard worden, en verdienen het om bij een mooi diner geschonken te worden. 

Bobal
Bobal is een inheemse Spaanse druivensoort die veel kleur afgeeft en steeds meer gerespecteerd wordt om zijn volle wijnen. De druifsoort Bobal komt uit de buurt van de dorpen Utiel en Requena, in de provincie Valencia en wordt het meest verbouwd in de provincies Valencia, Cuenca en Albacete.
Bobal groeit snel en kan goed tegen felle zon. De beste Bobal wijnen zijn diep van kleur en hebben een zachte afdronk. Met name wanneer de Bobal druif wordt verbouwd op grotere hoogte kunnen er mooie wijnen van worden gemaakt. De zuurgraad van Bobal wijn is relatief hoog. De druif bevat veel zuren, kleur, tannines en resveratrol, een antioxidant.

Resveratrol wordt door planten zelf aangemaakt als een natuurlijk beschermingsmechanisme: het biedt weerstand tegen bacteriën en virussen van buitenaf. Omdat dit antioxidant het vermogen heeft slechte indringers te onderscheiden van gezonde omstandigheden, kan het antioxidant veel betekenen voor de gezondheid.


Brachetto 
De Brachetto druif heeft als thuisland Piemonte, Italië en wordt ook gebruikt in Frankrijk. Dit ras wordt veel gebruikt voor de productie van rosé, maar ook voor andere stille wijnen en zelfs mousserend. De wijnen hebben een lichte body en een overheersend aroma van aardbeien, kersen en frambozen.

Brunello 
De Brunello druif is een kloon van de Sangioves druif. Sangiovese is een veelgebruikte druif die in Italie, o.a. in de Chianti. In Montalcino zijn ze er met de Brunello-variant in geslaagd om met deze druif een topproduct te creëren, dat wereldfaam wist te verwerven. Naast de Brunello en de Rosso produceert men in Montalcino een zoete Moscadello di Montalcino en de Sant'Antimo. Het laatstgenoemde type is een uitzondering, omdat deze zowel in rood als wit, maar ook met uitheemse druiven zoals Cabernet Sauvignon geproduceerd wordt. 

Cabernet Franc 
Cabernet Franc is het kleine broertje van de cabernet sauvignon en belangrijkste druif voor rode wijn uit de Loire streek in het noorden van Frankrijk. De wijn is gebaat bij goede rijpheid. In jaren met beperkte rijpe druiven wordt de wijn gekenmerkt door een vegetaal aroma dat doet denken aan groene paprika. De rode wijn gemaakt van cabernet franc druiven kunnen variëren van lichte, fruitige wijnen tot zeer geconcentreerde wijnen. In de Bordeaux speelt de cabernet franc een belangrijke rol in assemblages met cabernet sauvignon en merlot. Deze variëteit die ook wel bouchet of breton genoemd wordt, gold lange tijd als het kleine broertje van de cabernet sauvignon. Met zijn vroegrijpheid is hij vooral geschikt voor koelere streken, waardoor hij het ook zo goed doet in Saint-Émillion.

Aan de Loire worden van de cabernet franc cépagewijnen gemaakt. Hij heeft een mooie druif, bescheiden tannine en vaak wat meer zuur dan de krachtigere cabernet sauvignon. Terwijl hij vroeger veel gebruikt werd voor lichte bistrowijntjes, met name in Noordoost Italië, worden er de laatste jaren aan de Loire uitstekende, fluweelzachte en volle wijnen van gemaakt. Een toegankelijke, kruidige, donkerblauwe druivensoort die vrijwel altijd wordt vergeleken met de cabernet sauvignon. Net als deze druif heeft de cabernet franc flink wat tannine, maar blijft minder uitgesproken in geur en smaak, wel wat kruidiger. Ook rijpt cabernet franc vroeger wat hem bestaansrecht geeft in Bordeaux. In de Loire, waar hij veel is aangeplant, geeft hij helderrode, frisse fruitige wijnen. De druif heeft een geur en smaak van aardbeien of frambozen, viooltjes en potloodslijpsel. In koelere klimaten zoals in de Loire worden de wijnen fris en fruitig. Ook wordt de Cabernet Franc veel gebruikt als basis voor rosé. Deze rosé wijnen zijn kruidig, wat boers met een donkerroze kleur.

Cabernet Cantor
Blauwe druivenras, Cabernet Cantor is een uit Duitsland afkomstig blauw druivenras met een hoge schimmeltolerantie en heeft bijna geen last van lamsteligheid. De wijn heeft een mildere cabernet-type smaak en is meer Merlot-achtig.
De wijnen zijn kleurintensief, en hebben hoge extractie en tannine gehalten, waardoor er fruitige wijnen, maar zeker ook wijnen met houtrijping van gemaakt kunnen worden.

Cabernet Cortis
Deze blauwe druivenras heeft de kenmerken van Cabernet Sauvignon en is de milieuvriendelijke variant ervan. Bevat veel tannine en geeft een krachtige rode wijn met veel potentie. De Cortis levert een stevige wijn met cassis en kersen als kenmerken. Heeft vrij veel tannines en daarmee ook rijpingspotentieel.

Cabernet Sauvignon 
Stevige druif met volle smaken van bijvoorbeeld zwart fruit en paprika.

Cabernet sauvignon staat zo ongeveer overal in Europa aangeplant, als laatrijpend druivenras met veel weerstand gedijt de cabernet sauvignon zeer goed in warmere klimaten en levert hij in Frankrijk, Californië, Australië, Zuid Afrika, Chili, maar ook in Italië en Spanje, kwalitatief goede rode wijnen op. Het is een van de bekendste en meest geteelde druivenrassen voor rode wijn. In de Bordeauxstreek en vooral in de Médoc is het de belangrijkste druif voor het maken van rode wijn en die zorgt dan ook voor de wereldberoemde rode wijnen die daar vandaan komen. De cabernet sauvignon kan op veel grondsoorten gedijen, behalve op heel vruchtbare bodems, waar de groei veel te sterk wordt.

De cabernet sauvignon is een kleine doffe donkerblauwe druif met een dikke schil en sap is zeer aromatisch. De druivenstok is goed bestand tegen wintervorst, alleen in het voorjaar kan schade ontstaan door nachtvorst. De weerstand tegen ziekten is groot, de cabernet sauvignon is alleen vatbaar voor meeldauw. Het groeiseizoen is lang, zodat de wijngaarden moeten worden aangeplant op een iets warmere plaats. De opbrengst is over het algemeen laag en de oogsttijd is gemiddeld tot laat, dus vanaf half oktober en later.

De cabernet sauvignon geeft over het algemeen zeer goede volle, tanninerijke rode wijnen, die vaak lang bewaard kunnen worden. Gedurende deze bewaartijd zal de rode wijn zich ontwikkelen in de fles en zal het smaakpatroon veranderen. Cabernet sauvignon staat bekend om zijn kracht en diepe kleur, met veel tannines. Hij kan lang rijpen en dan een grote complexiteit bereiken. De smaak toont vaak cassis en kersen, in combinatie met een aangename kruidigheid. Aroma’s van donkerrood fruit zoals zwarte bessen, rijpe pruimen, kruidig, kaneel, menthol, munt, eucalyptus, bieten, olijven en drop. Vermengd met merlot en cabernet franc worden de wijnen wat zachter en robuuster.

Rode wijn gemaakt van cabernet sauvignon druiven hebben over het algemeen veel kleur, terwijl ze in hun smaak behoorlijk veel fruit en de nodige tannines bieden. Bij overproductie of onvoldoende rijpheid maak het fruit plaats voor een onaangenaam vegetale toon die aan groene paprika doet denken. Jonge cabernet sauvignon wijnen kunnen door de tannines wat stug overkomen. Daarom worden ze vaak geblend met zachtere rassen zoals de merlot of syrah. Omgekeerd wordt cabernet sauvignon regelmatig gebruikt als aanvullende druif om de smaak van traditionele rassen in een bepaald gebied wat complexer te maken.

Canaiolo
Canaiolo is een blauwe druivensoort die groeit in Toscane, de  Canaiolo druiven worden vaak gebruikt als blend om de wrangheid van de Sangiovese te verminderen. Door Canaiolo toe te voegen wordt het een evenwichtigere wijn. Dit ras heeft zelden last van ziektes en heeft een middelmatige productiviteit en als wijn heeft het vaak een bitter en neutraal karakter.

De Canaiolo Nero druif geeft geurige rode wijn die meestal een bestanddeel van de Chianti uit Toscane is. Niet het belangrijkste, want die rol is weggelegd voor de Sangiovese druif. De rol van de Canaiolo Nero is het verzachten van de Chianti.

 Tot aan de 19e eeuw was dat anders. De oude Canaiolo Nero - hij was al in de 14e eeuw bekend - was toen juist de belangrijkste druif in de Chianti uit Toscane. Daarna zijn wijnmakers hem vooral gaan gebruiken om de strenge zuren van de Sangiovese te verzachten. Dat gebeurt nog steeds. Al is de Canaiolo Nero niet meer voorgeschreven en zijn er steeds minder wijnmakers die hem gebruiken. Een enkele keer kun je een cépage wijn van de Canaiolo Nero tegenkomen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er DOC Pietraviva of Rosso Orvietano op het etiket staat.

Carignan
Stevig met frisse zuren en kruidigheid. Deze druif komt beter tot zijn recht in een blend.

De Carignan druif was ooit zeer geliefd vanwege zijn enorme productiviteit van soms wel 200 hectoliter per hectare. Daarnaast voegde hij kleur en kracht toe in blends met andere druiven. Totdat de wereldwijde wijndrinkers zich gingen bekommeren om kwaliteit en finesse, en kwantiteit en kracht – of liever gezegd koppigheid – omsloegen van een voordeel in een nadeel. In Frankrijk werden vele hectares gerooid of simpelweg niet meer gecultiveerd, waardoor bijna de helft van alle Carignan aanplant van de aardbodem verdween. Gek genoeg paste de Carignan zichzelf aan door zijn wortels dieper te laten groeien en door zijn eigen productiviteit te verlagen, waardoor de druif won aan finesse en complexiteit. Deze evolutie werd door een aantal slimme wijnboeren gezien en vele verpieterde hectares met oude wijnstokken werden door hen opgekocht. Sindsdien worden van de oude stokken van de Carignan druif goede rode wijnen gemaakt.

De Carignan druif heeft zijn oorsprong in de regio Aragón in Spanje en is via Italië en daarna Algerije in Frankrijk terecht gekomen. Toen in de jaren zestig door de Algerijnen de toevoer van de druiven naar Frankrijk werd stopgezet, besloten de Fransen die zelf dan maar aan te planten. De Carignan gaat door het leven onder verschillende namen waaronder Cariñena en Mazuelo in Spanje en Carignanne, Rousillon en Catalan in Frankrijk.

De Carignan gedijt uitstekend in warme klimaten, waar hij tot volledige rijping kan komen. In Europa is de Carignan derhalve veel te zien in Zuid-Frankrijk, Noord-Spanje en Italië. Daarbuiten wordt de druif slechts op grotere schaal aangeplant in de Verenigde Staten. In de jaren tachtig was de Carignan de meest aangeplante druif van Frankrijk. Tegenwoordig is hij de nummer vijf van de blauwe druiven.

Ondanks zijn evolutie blijft de Carignan druif een krachtpatser die fors gesnoeid moet worden om er goede wijn van te maken. De druif rijpt laat in het seizoen. De wijnen van de Carignan druif hebben een dieprode kleur en zijn rijk aan tannines en zuren en hebben elementen van rood fruit aangevuld wat kruidigheid (zwarte peper, kaneel). Stevig en streng dus. Daarom wordt de Carignan veel gebruikt in blends met andere druiven zoals de Grenache, Syrah en Cinsault, waaraan hij een flinke ruggengraat toevoegt. De Carignan houdt niet van houtrijping.

Goede mono-cépage wijn wordt slechts gemaakt van oude stokken. Overigens wordt dan vaak de macération carbonique vinificatie methode toegepast, waardoor de fruitigheid van de wijn bevorderd wordt.  

Carmenère  
Het oude druivenras carmenère is afkomstig uit de Gironde en kent een aantal synoniemen: bordo (Reggio Emilia, Italië), cabernelle (Médoc), cabernet gernicht, cabernet gernischet, cabernet gernischt en cabernet shelongzhu (China), carbonet (Médoc), carbouet (Graves), caremenelle (Médoc), carménègre, carménère, carmeneyre (Bergerac) en grosse vidure (Médoc). 

Natuurlijke kruising:DNA onderzoek heeft aangetoond dat carmenère een natuurlijke kruising is tussen cabernet franc en gros cabernet, een zeer oud ras uit de Gironde en de Tarn. 

Kenmerken: Zeer productieve variëteit, met kleine, losse trossen van gemiddeld grote druiven met een intense donkerblauwe kleur; streng snoeien, groene oogst en gedeeltelijke bladverwijdering zijn methodes om goed fruit met een laag rendement te krijgen. Geen dure druif qua exploitatie, maar vraagt teveel werk in de wijngaard en is daardoor te duur voor basiswijnen. Carmenère wordt bijna altijd verzorgd met druppel-irrigatie.
Gevoelig voor coulure, in het bijzonder bij koud weer. Carmenère heeft dus in de bloeitijd een zacht klimaat nodig. Gevoelig voor uiteenspatten van de druiven, een reden temeer voor laag rendement. Niet gevoelig voor echte meeldauw of rot. Laat bloeiend en rijpend ras, 4 tot 5 weken later dan merlot, dat een hoge temperatuur en veel licht nodig heeft om optimale fenolische rijpheid en kruidige aroma’s te krijgen. Hoog suikergehalte tijdens de oogst, hoog alcoholgehalte in de wijn. Hoog gehalte aan ronde en zijdezachte tannines, maar wel met structuur.  

Als carmenère te vroeg en onrijp wordt geplukt, krijgt de wijn een sterk aroma van paprika en groene tonen (pyrazine). Bij net rijpe druiven zijn dit aroma’s van rode bessen en soms van zwarte peper of tomaat. Bij volledig rijpe druiven ruik en proef je in de wijn bramen, zwarte bessen, chocolade, koffie en sojasaus, waarbij de zuurgraad minder hoog is.

Carmenère geeft aan een blend frisheid en complexiteit. 

Chardonnay 
De Chardonnay druif heeft witte wijn populair gemaakt bij het grote publiek. Kwalitatief hoogwaardige en heerlijke Bourgognes hebben voor verspreiding van Chardonnay wijnen over de wereld gezorgd. Bekende namen uit de Bourgogne zijn bijvoorbeeld de Chablis (strak droog) en Meursault (tropisch fruit, vol). De Chardonnay druif werd voor het eerst ontdekt in de 16e eeuw in Frankrijk, maar werd pas geregistreerd tegen het einde van de 17e eeuw. De naam van de druif is afgeleid van het franse plaatsje Chardonnay in de bourgogne. In het verleden is de Chardonnay druif vaak verward met de Pinot Blanc. Dat is niet zo vreemd, want uit DNA onderzoek is gebleken dat de Pinot en de onbekende Gouais blanc z’n ouders zijn. De Chardonnay gedijt goed in zowel de koelere als de wat warmere klimaten en is ook geschikt voor verschillende soorten bodems. De druif wordt, naast in Frankrijk, met veel succes aangeplant in Italië, Spanje en vooral in de nieuwe wijn-wereld landen. Californië, Australië, Zuid-Afrika, Chili, Nieuw-Zeeland en Australië brengen tegenwoordig uitstekende en betaalbare Chardonnays voort. 

De Chardonnay druif rijpt vrij vroeg in het seizoen, heeft een dunne schil en levert hoge opbrengsten. Wat de Chardonnays kenmerkt is hun volle, ronde smaak; veel voller dan bijvoorbeeld de Sauvignon Blanc wijnen. De druif is echter zo veelzijdig dat de wijnen kunnen variëren van fris en fruitig (zonder houtrijping) tot vol en romig (met houtrijping). De populaire houtgerijpte exemplaren hebben vaak aroma´s met tropisch fruit, honing, boter, toast, noten en vanille en zijn veelal soepel, zacht en rond van smaak. De exemplaren zonder houtrijping zijn een stuk frisser met tonen van citrusfruit, ananas, appel, meloen en perzik. De kleur van Chardonnay wijnen varieert van licht groengeel tot intens geel. 

Chenin Blanc 
Chenin Blanc is een druivensoort die goed gedijt in het Franse Loiredal waar hij ook pineau de la Loire genoemd wordt, onder de naam Steen is de Chenin Blanc het meest voorkomende druivenras in Zuid-Afrika. De Chenin Blanc produceert frisse en fruitige wijnen met zeer uiteenlopende smaken van fruit en is zeer geschikt voor het maken van mousserende wijnen. In het algemeen staat dit druivenras bekend om zijn strakke wijnen. De geur is vaak heerlijk breed, mooi bloemig, met appel, tropisch fruit, amandel, marsepein en honing. De smaak sappig, fris en toegankelijk. Stille wijnen vinden we in meerdere types, variërend van droog tot zoet. De zoete wijnen van Chenin Blanc kunnen bijzonder goed rijpen. Deze varieteit wordt ook gebruikt als basis voor: mousserende-, droge witte wijn, zoete witte wijn, en de “liquoreux” gemaakt d.m.v. “pourriture noble”. Chenin Blanc is zeer aromatisch en heeft een goede, natuurlijke zuur balans. In warmere klimaten kunnen ook de goedkopere wijnen die van deze druivensoort vervaardigd zijn nog fris en prettig smaken. 

Cinsault
Aromatisch en zacht fruit. Deze druif geeft fruitige, lichte rode wijn, die je jong kunt drinken. Er wordt ook veel rosé van Cinsault druiven gemaakt.


Cinsault is een blauwe druivensoort en is op grote schaal aangeplant in Frankrijk, Spanje, Californië, Zuid-Afrika, Australië en Libanon. De druif heeft een lichte schil en gedijt zeer goed in een droog en warm klimaat en een droge, arme en steenrijke zand en kleibodems. Het is traditionele mediterrane druivensoort en is beroemd geworden vanwege zijn kruising met de Pinot Noir, waar de Pinotage uit voort is gekomen. Cinsault is een druif die vroeg rijpt en zich uitstekend machinaal laat oogsten. De druif is gevoelig voor meeldauw en kan grote opbrengsten hebben, wat niet altijd goed is voor de kwaliteit van de wijnen. De wijnen van de Cinsault druif hebben weinig tannine, een mooie zuurgraad en zijn vooral jong zeer aromatisch met geuren van perzik, framboos, aardbei en amandel. Cinsault is zeer geschikt voor de productie van lichte rosé wijnen en wordt vaak geblend met andere druivensoorten zoals Grenache. 

Clairette 
Clairette is een witte druivensoort uit Frankrijk met een dunne schil en werd vroeger veel gebruikt als basis voor vermouth. Dit vanwege zijn natuurlijke hoge alcoholgehalte. Vandaag de dag is de druif bekend vanwege de mousserende wijn, Clairette de Die, die er van gemaakt wordt. De wijnen van dit ras kunnen het best jong gedronken worden en zijn fruitig en erg gevoelig voor oxidatie. Soms kunnen de wijnen ook aan de zware kant zijn met weinig zuur. Clairette gedijt het beste op droge en arme bodems met kalk. 

Colorino
De Colorino druif geeft dieprode wijnen, met een smaak van rood en zwart fruit en stevige tannine. Er zijn vier soorten Colorino's die allemaal voornamelijk in Toscane groeien. Meestal wordt Colorino daar geblend met Sangiovese. De vier soorten Colorino zijn Colorino Americano, Colorino di Lucca, Colorino del Valdarno en Colorino di Pisa. Verscheidene wijnmakers uit Toscane mengen hem met (voornamelijk) Sangiovese tot Chianti of Vino Nobile de Montepulciano. Colorino voegt kleur en kracht toe. Slechts een enkele Toscaanse wijnmaker maakt wijn van pure Colorino.


Cortese 
De Cortese druif is een kleine, Italiaanse druivensoort die gebruikt wordt voor de productie van witte wijn en komt het meeste voor in Piemonte. In Piemonte wordt de druif gebruikt voor de "Gavi" wijnen. Om de kwaliteit hoog te houden, worden de opbrengsten expres laag gehouden. De zuurgraad van de Cortese druif blijft ook tijdens hete zomers goed behouden. De wijnen van dit ras zijn licht, knapperig en hebben een aangenaam aroma van amandelen, citrusvruchten en vergemaaid gras. 

Corvina 
De Corvina druif komt al honderden, zo niet duizenden, jaren voor in de Veronese wijngaarden. Corvina is de voornaamste druif voor Valpolicella en Badolino wijnen. Kenmerken de Corvina druif zijn het fruitige aroma, de hoge zuurgraad en de lage fenolwaarden. De druif wordt vaak overgeproduceerd, waardoor het resultaat slecht kan zijn met als gevolg wijnen met een niet al te beste kwaliteit die ook niet lang houdbaar zijn. Wanneer de Corvina wordt verbouwd op een vulkanische bodem die rijk is aan mineralen dan kan de druif heel geparfumeerd worden. De druif wordt over het algemeen op de 'Veronese pergola' manier geplant. Hoog, met een horizontale gerichte tak. De Corvina rijpt vrij laat en de dikke schil zorgt voor een aardige weerstand tegen rot. Croatina De Croatina is een rode druivensoort die op diverse plaatsen in Piemonte is aangeplant, maar ook in andere wijngebieden in Noord Italië zoals Lombardije en de Veneto. In sommige gebieden waaronder in Piemonte wordt deze soort ook wel “Bonarda” genoemd, wat zeer verwarrend is. Er is namelijk ook een “Bonarda Piemontese” en dat is een verschillende en niet verwante druif! De Croatina lijkt qua stijl wel wat op de Dolcetto, en geeft ook donker gekleurde, stevige en matig tanninerijke wijnen. De smaak kenmerkt zich door kruidigheid en donker fruit zoals pruimen, amarenen en zwarte bessen. Ze hebben vaak baat bij enkele jaren flesrijping, al zijn het geen echte bewaarwijnen. 

Dolcetto 
De Dolcetto is een druivensoort die in Piemonte op veel plaatsen aangeplant is, en daar buiten ook wel voorkomt in Noord Italië. Ook in andere landen komen druivenstokken voor onder andere namen waarvan vermoed wordt dat het de Dolcetto is. De naam betekent “kleine zoete” maar dat slaat niet op de wijn, die altijd droog is. Het is ook niet zeker dat dit op het suikergehalte slaat, al rijpt de Dolcetto relatief snel en kan daardoor vrij hoge suikergehaltes ontwikkelen, wat wijn met veel alcohol geeft. De druif heeft van zichzelf flink wat tannines, vooral uit de pitten, en die zijn vaak wat "hard". De druiven moet daardoor voorzichtig behandeld worden tijdens de vinificatie. Gelukkig heeft hij ook zeer veel kleurstoffen in zijn schil en is hij redelijk aromatisch, waardoor ook met een heel korte inweking op de schillen mooie donkere, sterk fruitige wijnen geproduceerd kunnen worden.

De Dolcetto wordt klassiek op inox tanks gevinifieerd, en levert wijnen op die het traditioneel vrij jong gedronken worden. Dank zij de tannines kan de wijn wel langer bewaard, maar dan verliest hij wel wat van zijn karakteristieke fruitigheid. Kalssieke Dolcetto is echt een elke dag wijn, die veel bij pasta’s en pizza’s gedronken wordt. Ook gaat hij vanwege zijn tannines goed samen met eiwitrijk eten zoals salami en andere droge worst. Door zijn stevige karakter ook prima begeleider van minder subtiel eten zoals bij de barbeque. De afgelopen jaren is er ook steeds meer geëxperimenteerd met houtgelagerde Dolcetto’s, en daarmee zijn zeer mooie resultaten bereikt. Het heeft laten zien dat de Dolcetto meer in huis heeft dan een dagelijkse wijn, en de tophuizen maken bijzonder fraaie Dolceto’s die zich ook lenen om meerdere jaren te ouderen. In de Dogliani heeft dit zelfs geresulteerd in de toekenning van de DOCG status. 

Ehrenfelser 
Ehrenfelser is een witte druivensoort van Duitse origine en is ontwikkeld door dr. Heinrich Birk in 1929. Hij kruiste de rassen Riesling en Silvaner. Dit ras komt voornamelijk voor in Canada en in de regio's Palatinate en Rheinhessen in Duitsland en er zijn in de staat Washington een paar experimentele wijnstokken met deze druif aangeplant. De Ehrenfelser is een druif die zeer goed tegen vorst kan, vrij snel rijpt en een hoge opbrengst heeft. De wijnen hebben veel karaktereigenschappen van de Riesling in zich.  

Fiano
De Fiano druif is een vrij onbekende druivensoort en komt voornamelijk voor in het zuiden van Italië. De meeste bekende appellatie is Fiano di Avellino en buiten Italië komt deze druif bijna niet voor. Al in de oudheid werd deze druif verbouwd en heeft zijn naam te danken aan of het woord appiano, dat appel betekent, of van het woord Apia, een stad in Avellino, of van het woord apium, een aromatische plant uit de selderfamilie. De Fiano heeft aroma's van appel, peer, ananas en kruiden, heeft een boterachtige structuur en kent lage rendementen om tot een mooi resultaat te komen. Wijnen op basis van fiano hebben ook een iets beter bewaarpotentieel dan de meeste wijnen op basis van greco. Samen met greco en falanghina vormt deze druif het triumviraat van witte druiven in Campanië. Het zijn kwaliteitswijnen, die erom bekend staan dat ze wel enige jaren kunnen worden opgelegd.De meest vermaarde wijn van de Fiano druif is Fiana d'Avellino DOCG uit de Italiaanse wijnregio Campania. In andere Italiaanse regio's als Molise, Sicilië en Puglia kun je sporadisch een stok van Fiano in een wijngaard aantreffen.

Gamay 
De Gamay druif, of de Gamay Noir à jus blanc zoals de officiële naam luidt, is dé druif van de Franse wijnstreek Beaujolais. De druif heeft een paarsige kleur, wordt gebruikt voor rode wijnen en bestaat al sinds de 14e eeuw. Er wordt gedacht dat de druif in 1360 voor het eerst verscheen in het dorp Gamay ten zuiden van Beaune. De inwoners van dit dorp waren blij met de druivensoort nadat de pest had toegeslagen. De Gamay druif was twee weken eerder gerijpt dan de Pinot Noir en was minder moeilijk om te verbouwen. Daarnaast gaf de Gamay druif een sterkere en fruitigere wijn. De voornaamste kenmerken van de druif zijn, zijn fruitigheid en elegantie en de wijnen die er van gemaakt worden zijn jong te drinken, maar sommige kunnen ook goed rijpen. In de geur en smaak van de wijn komen aardbeien, frambozen, kersen en soms banaan naar voren. Naast de Beaujolais is de Gamay druif ook aangeplant in Lyon en Touraine. 

Garnacha/Grenache
Zacht rood fruit als aardbei, framboos en zoete kersen.
De Grenache is één van de meest gebruikte druiven ter wereld, vanwege z’n toepassing in zowel rode als rosé wijn. Qua naamsbekendheid loopt de Grenache echter ver achter op druiven als Cabernet SauvignonMerlot of Chardonnay. Dat komt omdat de Grenache vrijwel altijd gebruikt wordt in een blend van meerdere druiven, waardoor de naam Grenache eigenlijk nooit in de naam van een wijn terugkomt.

Waar komt de Grenache vandaan? 

De Grenache of eigenlijk Garnacha is afkomstig uit Spanje en wordt ook in Frankrijk veelvuldig geteelt, met name in de zuidelijke wijngebieden. Australië is ook een grootverbruiker. Hij gedijt vooral goed in een droog en heet klimaat en rijpt laat in het seizoen, waardoor hij een hoog alcoholpercentage kan meegeven aan de wijn. De Grenache geeft daarnaast fruitigheid (bessen, aardbeien, frambozen, maar ook donkerrood fruit) en kruidigheid (venkel, peper, kaneel, laurier, zoethout en gember), bevat weinig tannine en heeft een lage zuurgraad. Bijzonder aan de Grenache druif is zijn dunne schil met weinig pigment (hij is bijna grijs van kleur) waardoor hij veel wordt gebruikt voor de productie van rosé. Daarnaast kan hij een perfecte aanvulling vormen op andere druiven zowel vanwege z’n fruitigheid als kruidigheid: in combinatie met de Tempranillo worden fantastische rode wijnen gemaakt; een combinatie met de Cinsault zien we vaak in de rosé-grootheden uit de Provence.
 

Garnacha is de meest aangeplante blauwe druivensoort van Spanje en is een sterke soort voor de productie van rode wijn. Naast Spanje is deze druif ook te vinden in Frankrijk, Noord-Afrika, Australië en Italië. De druif heeft een dunne schil met weinig pigment en is daardoor geschikt voor de productie van rosé. De Garnacha kan goed tegen extreme hitte, rijpt langzaam en is immuun voor allerlei ziektes. De bodem waar deze druif het beste op gedijt, is een arme en droge bodem met veel stenen. De wijnen van de Garnacha druif kenmerken zich door de fruitige, bijna zoete smaak waarin bramen, kersen en peper naar voren komen. het zijn geen wijnen om lang te bewaren aangezien ze erg gevoelig zijn voor oxidatie.

Garnacha Tintorera
De Garnacha Tintorera is een blauwe druivensoort, met als zeer bijzonder kenmerk dat het rood vruchtvlees heeft. Dit wordt teinturier genoemd. Het is een kruising tussen de Grenache Noir en de Petit Bouschet. Een synoniem voor deze druif is Alicante Bouschet. De bloei begint al vroeg in het voorjaar waardoor er risico ontstaat van nachtvorst, die grote schade kan aanbrengen. Alhoewel resistent tegen echte meeldauw, is deze druif gevoelig voor valse meeldauw ,wind en droogte. Hoewel de druif een hoge opbrengst per hectare kan genereren, is terugsnoeien vereist wanneer men er een goede cépagewijn van wil maken. De wijn heeft een zeer diepe rode kleur en is in de afdronk zacht en fruitig. In 2008 waren er nog maar bijna 6.000 hectare aangeplant in Frankrijk ten opzichte van bijna 16.000 in 1988. Gebieden nu zijn de Jura, Lot-et-Garonne en Val de Loire. In het Spaanse Galicië ruim 22.000 hectare met de Garnacha Tintorera en ook in Portugal, Californië, Noord-Afrika en Chili komt deze druif voor, zij het beperkt.


Grenache Blanc
Stevig en vol, met veel alcohol. Aroma’s van rijp appels, venkel & dille.
De Grenache Blanc is een vrij gemakkelijke druivensoort voor witte wijn en heeft veel extract. Van nature beschikt deze druif over een hoog alcoholgehalte en weinig zuren. Deze soort heeft enigszins iets weg van de witte Marsanne druif en is veel aangeplant op het Spaanse schiereiland. De wijnen van deze druif zijn krachtig en alcoholrijk. Een arme, droge bodem en een warm klimaat zijn ideaal voor deze soort. De wijnen hebben een bleekgroen-gele kleur, zijn droog, zacht en fruitig met aroma's van anijs, dille, venkel en bloemen. 


Gewurztraminer 
De Gewurztraminer druif is een druivensoort die behoort tot de een van de "edele" rassen uit de Elzas. De druif heeft zijn naam te danken aan het dorp Tramin dat in het noordoosten van Italië ligt. Gewürz betekent kruidig en dat is ook wat er terugkomt in de wijnen van deze druif. Zowel in de geur als de smaak komt die kruidigheid naar voren. De schil van de druif bevat veel pigment en dat maakt de witte wijnen van deze druif een van de donkerste die er bestaan. In de smaak en geur komt naast de kruidigheid ook tropisch fruit en bloemen naar voren. Door die kruidigheid is het een minder geschikte wijn als aperitief, maar meer voor na de maaltijd geserveerd met kaas of niet te zoete desserts. Vanwege de lage zuurgraad mist de wijn al snel spanning. 

De Gewürztraminer houdt niet van kalkrijke grond en is erg gevoelig voor ziektes. Om goed te kunnen rijpen is een droge en warme zomer van belang. Buiten Europa is dit ras onder andere aangeplant in Nieuw-Zeeland en in de koelere gebieden van Californië. Grenache De Grenache druif is van herkomst een Spaanse druivensoort en wordt, vanwege de dunne schil met weinig pigment, veel gebruikt voor de productie van rosé en blendwijnen. Het is waarschijnlijk de meest aangeplante blauwe druivensoort ter wereld. Het is een ras die laat rijpt en hete, droge omstandigheden nodig heeft. Grenache zorgt voor fruit en rondheid in de wijn en geeft ook toegankelijke wijnen met weinig tannine en een lage zuurgraad. De rode wijnen van dit ras kunnen door het weinig pigment in de schil een hele lichte kleur hebben. In de smaak van de wijnen komen bramen en peper naar boven. 

Graciano
Blauwe, druif met een lage opbrengst die zeer gewaardeerde wijnen geeft. Jonge wijnen van graciano druiven, zijn hard en hebben veel tannine, maar ontwikkelen zich op een buitengewone manier tijdens het crianza proces op hout en fles. Daarom wordt deze druif gebruikt in de gran reserva wijnen van Rioja en Navarra. Het ras was bijna uitgestorven totdat de Rioja de DOCa. kreeg. Het is een kleine druif met een stevige schil en geeft wijnen een ongelooflijke finesse, mooie kleur en die goed kunnen rijpen. De Graciano is enkel en alleen in de Rioja te vinden en wordt eind oktober geoogst. Door zijn lage opbrengst is de graciano-druif niet wijdverspreid. Ze wordt in de wijngaard zelf veel gebruikt samen met andere druiven. Door de nadruk die Rioja sinds de D.O.C. toekenning legt op topkwaliteit, is de graciano weer volop in de belangstelling.


Grüner Veltliner 
De Grüner Veltliner druif is hèt paradepaardje van Oostenrijk en met circa 30% van de totale wijnbouw in het land is het de meest voorkomende druivensoort. In Oostenrijk is de druif voornamelijk aangeplant in Neder-Oostenrijk in onder andere de gebieden Wachau, Kremstal en Kamptal. Naast Oostenrijk is het ras ook aangeplant in Tsjechië, maar verder bijna nergens anders. Dit ras heeft een lange rijpingsperiode en heeft veel zonne-uren nodig, ergens half oktober is deze druif rijp. Omdat dit ras heftig reageert op diverse klimaten en bodemsoorten is deze druif in meerdere stijlen te vinden. Je hebt enerzijds de lichte, fruitige variant en anderzijds de krachtige, rijke variant met een hoger alcoholpercentage. De lichte variant heeft een fijne zuurgraad en kan jong gedronken worden, terwijl de rijke wijnen een pepertje in de smaak hebben en een goede bewaarwijn is. 

Lagrein 
De Lagrein druif komt voor in Zuid-Tirol in Italie en is een blauwe druivensoort. De druif is middelgroot, rijpt laat en is gevoelig voor ziektes. De wijnen van dit ras hebben een granaat rode kleur, een goede hoeveelheid tannine en zijn krachtig. De druif wordt ook wel gebruikt voor de productie van rosé Lambrusco Lambrusco is de naam van zowel een blauwe druivensoort als een Italiaanse wijn die van de Lambrusco druif wordt gemaakt. Al in de Romeinse tijd werd deze druif aangeplant en gewaardeerd vanwege de hoge opbrengsten. In de jaren '70 en '80 was Lambrusco wijn de meest geïmporteerde wijn in de Verenigde Staten. De wijnen van dit ras zijn ontwikkeld om jong te drinken, hebben een smaak van bessen en is verkrijgbaar in een mousserende variant. Er zijn vele klonen van de Lambrusco druif zoals de Grasparossa, Maestri en Marani. De wijnranken van dit ras worden vaak hoog boven de grond verbouwd om de kans op meeldauw te verkleinen. Naast de zoete wijn kan er ook een droge wijn met hinten van aardbeien van gemaakt worden. 

Malbec 
De Malbec druif is een van origine Franse druif en is in het zuidwesten van het land aangeplant. De Malbec druif is vernoemd naar een Hongaarse boer die de druif voor het eerst in Frankrijk introduceerde. Tevens heeft de druif een tweede thuis gevonden in Argentinië, waar de druif in 1868 door de Fransman Michel Pouget geïntroduceerd werd. De druif stond lang bekend als één van de zes druiven die waren toegestaan voor rode Bordeaux blendwijnen. Nu vind men de druivensoort veel in Cahors en wordt Malbec ook aangeplant in Chili, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Long Island, New York en Californië. Nadat de vorst in 1956 circa 75% van de Malbec oogst in de Bordeaux had verwoest, werd de Malbec een stuk minder populair. Ook in Cahors had deze vorst toegeslagen, maar de druif werd weer aangeplant en kreeg zijn populariteit in dit gebied terug.

De Malbec wordt in dit gebied ook wel Auxerrois genoemd. Malvasia De druivensoort Malvasia komt al sinds het begin van de wijncultuur voor en is van Griekse origine. Nu wordt de druivensoort vooral aangetroffen in Italië, Valencia, Zamora en de Canarische Eilanden. Deze druif geeft hele aromatische en rijke wijnen met een opvallende notengeur. Malvasia is in Madeira de belangrijkste druivensoort, waar de soort onder de naam Malmsey door het leven gaat. Vanwege de overgevoeligheid voor kou en vocht wordt de Malvasia helaas ondergewaardeerd. Malvasia wordt gebruikt voor witte tafelwijnen, dessertwijnen en soms ook als blend. 

Malvasia Bianca en Nera
De druivensoort Malvasia komt al sinds het begin van de wijncultuur voor en is van Griekse origine. Nu wordt de druivensoort vooral aangetroffen in Italië, Valencia, Zamora en de Canarische Eilanden. Deze druif geeft hele aromatische en rijke wijnen met een opvallende notengeur. Malvasia is in Madeira de belangrijkste druivensoort, waar de soort onder de naam Malmsey door het leven gaat. Vanwege de overgevoeligheid voor kou en vocht wordt de Malvasia helaas ondergewaardeerd. Malvasia wordt gebruikt voor witte tafelwijnen, dessertwijnen en soms ook als blend. 


Historie - De Malvasia-druif komt al sinds het begin van de wijncultuur voor. Er is een rode variant, de “Nera”, maar het is vooral de “Bianca” (witte druif) die bekendheid geniet. Samen met de muskaatdruif (Italiaans: Moscato) is de Malvasia een van de meest historische druiven. Ook in Nederland was de druif al vroeg bekend; in oude gemeentenotities is regelmatig over uitgaven voor de wijnsoort “malevezeien” te lezen. Duur en dus zeker niet voor iedereen. De wijn was dan ook afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, van de Griekse eilanden en van Sicilië. De naam van de wijn is afkomstig van het Byzantijnse fort “Monemvasia”, op de zuidwestelijke punt van de Peloponnesos. Het fort gaf zijn naam aan zowel de wijn als aan de druif. De meest oorspronkelijke witte druif vind je vandaag de dag vooral in het zuiden van Italië (Puglia), en verder zijn er varianten te vinden in Valencia, Zamora en de Canarische Eilanden - en sinds kort ook in Kroatië en in het Westen van Slovenië.


Opgemerkt - Malvasia Bianca is een veel gekozen begeleider van gegrilde vis met knoflook en spinazie. De druif geeft aromatische en rijke wijnen met een opvallend en kenmerkend nootachtig karakter en aroma's van gedroogd fruit en sinaasappelschil. Door de eeuwen heen zijn de naam én het karakter gehandhaafd. Malvasia Bianca wordt gebruikt voor witte tafelwijnen, dessertwijnen en soms ook als blend. De rode druif Malvasia Nera is veel minder talrijk dan de witte. Vooral in Puglia tref je deze druif en wel in twee gedaantes: di Brindisi en di Lecce, beiden in het zuiden van de hak van de laars. Vaak wordt de druif geblend met Negroamaro, maar er zijn nu ook enkele wijnhuizen die een 100% Malvasia Nera hebben en een paar maken er ook een heerlijke dessertwijn van. Vanwege de overgevoeligheid voor kou en vocht wordt de Malvasia vaak ondergewaardeerd.

Kenmerken -  Malvasia Nera & Malvasia Bianca: wijnstreek Puglia, Friuli, Toscane, Lazio (wit) en Puglia (rood) / kleur van de schil: groengeel/goudgeel/rozig geel (wit) en blauw/paarsblauw (rood) / karakteristieken: vrij neutrale smaak, krachtig, vol, tikkeltje restsuiker, perfect voor zoete wijn (wit) en tanninerijk, krachtig, donker fruit (rood) / vinificatiemogelijkheden: onbeperkt voor zowel rood als wit, droog, zoet, stille wijn, mousserend / bewaarmogelijkheden: 5 tot 10 jaar na oogstdatum, tenzij mousserend / aangenaam bij: aperitief, gegrilde vis (met knoflook en spinazie), pasta, gevogelte en zoete wijn: dessert (wit), pasta met tomatensaus, rood vlees, antipasti (rood).

Marsanne 
Lichte, frisse wijn met smaken van perzik en citrus.

De Marsanne druif is een witte druivensoort en komt voornamelijk voor in de Rhône, Frankrijk. In dit gebied is de druif ook ontstaan en het is een van de acht rassen die is toegelaten in de Côtes du Rhône appellation. Naast Frankrijk zijn er kleine hoeveelheden aangeplant in Australië, Zwitserland en Californië. De druif is gevoelig voor meeldauw, rot en andere ziektes en heeft een lage zuurgraad. Ook is de druif gevoelig voor het klimaat. Bij een te warm klimaat wordt de druif te rijp en ontstaan er geen goede wijnen en in een koud klimaat heeft de druif geen kans om volledig te rijpen. De opbrengst van de druif is aanzienlijk groot en de wijnen van de Marsanne zijn rijk en vol. In de geur komen amandelen en citrusvruchten naar boven. Ook samen met de Rousanne druif ontstaan er een mooie witte wijn. 

Marselan 
De Marselan druif is in 1961 op Domaine de Cazes ontwikkeld en is een kruising tussen de soorten Cabernet Sauvignon en Grenache Noir. Het is een vrij kleine druif die vroeg rijpt en complexe wijnen geeft met veel kleur en aroma's van onder andere cassis, kruiden, frambozen en cacao. Het ras is vernoemd naar de plaats waar de druif is ontwikkeld namelijk Marseillan. Tegenwoordig komt de druif naast Frankrijk ook in kleine hoeveelheden voor in Californië. 

Melon de Bourgogne 
Melon de Bourgogne is een witte druivensoort en groeit vlakbij de Atlantische Oceaan aan het einde van de Loire. Oorspronkelijk komt de druif uit de Bourgogne en naast Frankrijk komt de druif ook voor in de staat Oregon in de Verenigde Staten, waar de druif simpelweg Melon heet. De druiven kunnen goed tegen lage temperaturen en zijn bekend geworden vanwege hun rol in de wijn Muscadet. De wijnen van de Melon de Bourgogne druif hebben een neutrale smaak en fruit in het aroma. Ook kunnen de wijnen soms een wat zoute smaak hebben. Wijnen van dit ras zijn op zijn best als ze jong worden gedronken en passen uistekend bij zeevruchten. 

Merlot 
Fruitig, sappig en rond. Aroma’s als vijgen, bramen en pruimen. Denk ook aan laurier, drop en kruiden.

De merlot druif behoort tot de klassieke druiven waar rode wijn van wordt gemaakt in de Bordeaux en het is de belangrijkste druif in Saint-Emilion en Pomerol. Merlot werd het eerst in vermeld in 1784 als een van de betere rassen in het gebied van Libourne. De naam zou afkomstig zijn van het Franse woord merle (merel). De aanplant van merlot is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Merlot is wereldwijd zeer populair voor het maken van rode wijn en men is steeds meer tot het inzicht gekomen dat merlot in een vrij koele wijngaard moet worden aangeplant. Merlot wordt op deze manier heerlijk fruitig en intens van karakter. Merlot werd vaak met de cabernet sauvignon druif vermengd, maar wordt steeds meer gebruikt als een op zichzelf staand druivenras. Kenmerken zijn; zacht, kruidig, fruitig, zwarte bessen, pruimen, moerbei, bramen, chocolade, truffels en tabak.

Merlot brengt een zekere zachtheid in de rode wijn en zorgt dat de wijn zich wat sneller ontwikkeld en eerder op dronk is. In de Bordeaux en vooral in Saint Emilion en Pomerol wordt de roode wijn hoofdzakelijk van de merlot gemaakt. Deze rode wijnen smaken veel zachter en ronder dan die van de cabernet sauvignon en zijn ook eerder op dronk. Rode wijn van merlot kan ook als tafeldruif gebruikt worden vanwege de lage zuurgraad. Hij groeit het best op lichtere grondsoorten en is winterhard. De weerstand tegen ziektes is gering, behalve tegen meeldauw heeft hij meer weerstand. Vooral regen tijdens de oogstperiode kan aanzienlijke schade geven door rotting van de bessen. Maar ook in het voorjaar is de druif kwetsbaar door redelijk vroeg uitlopen van de stokken kan er schade door nachtvorst ontstaan.

Merlot is een productieve, vroeg rijpe, fruitige donkerblauwe druivensoort. Het sap is weelderig, fruitig en kan zwoel of bijna zoet zijn. De druif heeft een niet al te dikke schil, een relatief hoog suikergehalte en is in potentie erg productief. Als de productie (per hectare) te hoog wordt, worden de wijnen dun en licht. 

Montepulciano 
De Montepulciano druif levert het in de Abruzzo in Italië een droge, zachte rode wijn op, die licht tanninerijk, sappig en vriendelijk is. Afhankelijk van het wijnhuis en de maker zal een wijn van de Montelpuciano d'Abruzzo variëren van een goede wijn voor alledag tot een iets serieuzere wijn, met wat meer diepgang. De minimaal 2 jaar houtgerijpte wijnen (reserva) zijn erg aan te raden. De top uit de streek Abruzzo qua rode wijnen komt uit de heuvels, de Colli Teramane. Naast de verplichte Montepulciano mag men er ook maximaal 10% Sangiovese aan toevoegen. Deze wijnen zijn voller en robuuster dan de gewone Montepulciano d'Abruzzo, zeker de riserva, welke minsten drie jaar oud moet zijn en minstens 12,5% alcohol moet bevatten. Montepulciano (deze druif, door geheel Midden en Zuid-Italië verbreide soort die voornamelijk in Abruzzo (maar ook in Le Marche) goede wijnen kan geven mits in handen van een goede wijnmaker, dan is het een zeer vlezige krachtige wijn met veel diepgang en een bijna zwarte kleur, er wordt hier ook een rosato van gemaakt met de naam Cerasuolo, meestal vrij donker gekleurd en stevig van smaak). Niet te verwarren met de Vino Nobile di Montepulciano die gemaakt wordt van sangiovese. Deze druivensoort geeft een goede opbrengst en rijpt relatief laat. De wijnen van de montepulciano-druif zijn meestal soepel, bedoeld om in drie tot vier jaar na oogst geconsumeerd te worden.

Moscato 
De Moscato is een van de meest aangeplante witte druiven in Piemonte, en misschien wel de bekendste. Het is een druif waarvan vele honderden varianten bestaan die overal op de wereld aangeplant zijn, ook als tafeldruif vanwege zijn opvallende, aromatische smaak. Mogelijk is het een van de oudste druivensoorten die er is. In Piemonte wordt de druif gebruikt voor de beroemde mousserende half zoete Asti Spumante en voor de licht mousserende Moscato d’Asti. De druif is populair vanwege zijn karakteristieke, sterk aromatische smaak. De Moscato d’Asti wordt gemaakt door de fermentatie te stoppen voordat alle suiker vergist is tot alcohol, en heeft dan typisch ook een laag alcohol gehalte van maar ca 5%. Door de druiven te vergisten in afgesloten druktanks (autoclave) komt er koolzuur in de wijn, die daardoor licht mousserend wordt. De Asti Spumante is meestal verder vergist, heeft daardoor een wat hoger alcoholpercentage (ca 7%) en een hogere druk. Dat is ook te zien aan de dikkere fles die gebruikt wordt en de champignon vormige kurk; Moscato d’Asti heeft vaak een ‘gewone’ kurk en een minder zware fles. Naast mousserende dessertwijnen wordt de Moscato in Piemonte ook gebruikt voor stille dessertwijnen, meestal door de druiven in te drogen (passito methode) voor er wijn van gemaakt wordt. Hiermee worden ook bijzonder mooie dessertwijnen gemaakt. 

Mourvèdre 
Veel tannines en kruidige geur. Rood fruit met een ‘boers’ karakter.

De Mourvèdre druif is van oorsprong een Catalaanse druivensoort en is het meest bekend onder de naam Monastrell, het is een veeleisende druif die warme, beschutte plekken nodig heeft. Het is ook een druif met een dikke schil die goed gebruikt kan worden voor de productie van rode wijnen. Er worden rijke wijnen met veel alcohol, voldoende zuren en tannine van gemaakt. De druivensoort staat veel aangeplant in Spanje en Zuid-Frankrijk. In Zuid-Frankrijk wordt de soort veel gebruikt voor assemblages met Grenache en Syrah. Buiten Europa is de druivensoort te vinden in Australië en Californië, waar hij meestal Mataro wordt genoemd. Een van de bekendste wijnen die van de Mourvèdre wordt gemaakt is de rode Bandol wijn uit het zuiden van Frankrijk. De druif gedijt goed op plekken waar extreme klimaten heersen, dat wil zeggen hete zomers en koude winters. Mourvèdre rijpt vrij laat en is daarom geschikt voor zuidelijke gebieden. In de smaak en geur van de wijnen komen bramen, specerijen, peper en soms ook leer en aardse tonen naar voren.

Müller Thurgau 
Müller Thurgau is een Duitse druivensoort ontwikkeld in het Instituut voor viticultuur van Giessenheim door Dr. Muller, die geboren werd in het Zwitserse kanton Thurgau. De druivensoort is een kruising tussen de Riesling en de Silvaner en is gekweekt om de betrouwbaarheid van de Silvaner en de kwaliteit van de Riesling te combineren. De wijn heeft een aromatische smaak en ruikt naar fruit en bloemen. 

Muscadelle 
De Muscadelle druif is een typische druivensoort in de Bordeaux voor witte wijn. Hij rijpt vroeg en loopt laat uit en heeft een aantrekkelijk hoge productie. Deze druif wordt meestal gebruikt om zoete wijnen wat extra parfum te geven. De wijnen hebben een krachtig druivenaroma in de geur en smaak en wat tonen van bloemen. De soort wordt vooral gebruikt voor het maken van zoete wijnen. Maar het gegeven dat in de geclasseerde crus van Sauternes een maximum van 5 % in de blend als voldoende geldt, onderstreept de ondergeschikte rol die deze variant speelt. 

Muscadet 
Muscadet is een druif die voornamelijk in het westelijke deel van de Loirevallei voorkomt. Dit is een omvangrijk district dat met de Muscadet een beendroge, lichte, verkwikkende wijnen voortbrengt. De Muscadet, ook Melon de Bourgogne genoemd wordt verbouwd in de wijngaarden gelegen tussen de twee rivieren, Sèvre en Maine, ten zuiden en ten oosten van Nantes op de zuidelijke oevers van de Loire. Door de invloed van de Atlantische Oceaan heeft de streek een zonnig klimaat.

Muscat 
De Muscat druif is het meest aromatische druivenras van alle druivensoorten, de muscat druif kan aroma's geven van witte bloemen en citrusfruit. De naam Muscat is enigszins misleidend, want in feite is dat de algemene noemer voor diverse varianten. Als kwalitatief beste geldt de Muscat blanc à petits grains, met als goede tweede de Muscat d'Alexandrie. Synoniemen voor de muscat druif in het Spaans, Italiaans en Duits zijn respectievelijk Moscatel, Moscato en Muskateller. Muscat is zowel tot zoete als tot strak droge wijn te vinifieren. Bij zoete wijnen gebeurt dat in de vorm van een versterkte wijn. De gisting wordt dan onderbroken door toevoeging van wijnalcohol en de onvergiste suikers geven de wijn vervolgens zijn zoete smaak. Voorbeelden daarvan zijn de Muscats uit de Languedoc (Rivesaltes, Beaumes de Venise), die van het Griekse eiland Samos, Moscatel uit Spanje, de Hanepoot uit Zuid-Afrika en de intense Australische dessertwijnen Van een andere orde zijn de passito wijnen van ingedroogde druiven, zoals de Moscato van het Zuid Italiaanse eilandje Pantelleria. Een weer heel ander type, eveneens van Italiaanse afkomst, is de laagalcoholische, mousserende Moscato d'Asti uit Piemonte. In opkomst zijn de droge Muscats uit het Franse Zuiden. 

Nebbiolo
De Nebbiolo druif is de beste en edelste rode druivensoort van Italië. Omdat de druif zeer langzaam rijpt wordt deze als allerlaatste van alle soorten geoogst in de 2e helft van oktober of zelfs 1e week van november. De naam is waarschijnlijk ook afkomstig van het woord “nebbia” of mist, die rond deze periode ’s ochtends de dalen in Piemonte vult. De Nebbiolo is waarschijnlijk ook een van de bekendste druivensoorten van Italië, en wordt vanwege zijn geweldige kwaliteiten ook wel “de koning” onder de italiaanse druivensoorten genoemd. Mogelijk komt dit mede door de connectie met de bekendste wijn van deze druif, de Barolo, die ook wel “Wine of Kings and King of wines” genoemd wordt. Alhoewel de druif waarschijnlijk al eeuwen lang verbouwd werd in Piemonte, is de opkomst en grote roem begonnen halverwege de 19e eeuw. Toen werd de franse wijnmaker Louis Oudart gevraagd om kwaliteit van de plaatselijke wijn te verbeteren. Hij ontdekte dat het fermentatieproces verbeterd kon worden door o.a. toepassing van de zogenaamde ‘malolactische fermentatie’, en dat de druif dan zeer geschikt was voor het maken van droge wijn: tot dan toe was Barolo vooral een zoete wijn. 

Doordat de Nebbiolo zeer langzaam rijpt moet deze eigenlijk alleen op de warmste hellingen met min of meer zuidelijke expositie. En niet op de hogere delen van de heuvels, maar tot ca 450 m boven zeeniveau. Zeker ook omdat de Nebbiolo typisch een vrij hoog gehalte aan tannines heeft, met name in de schil. Als de druiven niet goed rijp worden blijven de tannines onrijp, groen en hard, en dat wordt helaas niet beter door lange flesrijping. Vanwege deze tannines wordt nebbiolowijn dan ook vaak op hout gerijpt, om zo de wijn zachter en ronder te maken. Maar ook dan blijft het altijd een wijn die vooral als hij jong is merkbare tannines heeft en veel structuur heeft. Vrijwel alle wijnen van de nebbiolo hebben baat bij flesrijping, soms van maar een paar jaar, maar de crus 10-20 jaar of zelfs nog (veel) meer. Kenmerkend voor de smaak zijn tonen van rood fruit, met name frambozen, florale tonen zoals viooltjes en geraniums, rozenblaadjes, en aardse tonen zoals (bos)grond, paddestoelen en teer. 

Nebbiolo heeft relatief weinig kleur, heeft een bruin-rode kleur en de neiging om bij oudering snel kleur te verliezen (verbruining) Wijn van de Nebbiolo druif kan vanwege zijn kracht en structuur in de regel het beste gedronken worden naast iets te eten (het beste eiwitrijk), zeker wanneer ndie niet heel oud is. Klassieke combinaties zijn met gebakken en gebraden rood vlees maar vooral met wild. Echte herfst- en winterwijnen en een goede cru nebbiolo is vaak de ideale begeleider van en mooi Kerstdiner. Locale benamingen (synoniemen) voor de Nebbiolo: Spanna.

Negroamaro 
De Negroamaro druif is een blauwe druivensoort die voorkomt in Italië en dan met name in de regio Apulië. De druivensoort kent vele synoniemen zoals Nero Amaro, Nicra Amaro en Uva Cano en wordt voornamelijk gebruikt voor blendwijnen. Naast blendwijnen geeft de druif ook mooie rosé en rode wijnen die lang bewaard kunnen worden. Van de geschiedenis van de Negroamaro is niet veel bekend, maar er aangenomen dat de druif oorspronkelijk uit Griekenland komt. De druif is stabiel en goed bestand tegen ziektes, kan goed tegen droogte en geeft kwaliteitswijnen. De wijnen zijn vaak bijna zwart van kleur en hebben in de afdronk een aangenaam bittertje. 

Nero d'Avola 
De Nero d'Avola is de belangrijkste druivensoort van Sicilië en wordt ook wel Calabrese genoemd dat is afgeleid van het Griekse woord kalavisi, wat 'goede druif' betekent. Rond de steden Rosolini en Pachino is de Nero d'Avola het meest aangeplant. De druif geeft donkere wijnen die zacht en toch stevig zijn en goed kunnen rijpen. Naast Sicilië is de druivensoort ook steeds meer te vinden in andere landen zoals Australië. De druif heeft zijn naam te danken aan de stad Avola in het zuiden van Sicilië en houdt van een dor en warm klimaat. De Nero d'Avola wordt ook wel vergeleken met de Syrah druif en er zijn inderdaad gelijkenissen qua blad en de vorm van de druif. 

Petit Verdot 
De Petit Verdot druif heeft een dikke schil en het rendement is zeer laag, met zijn laag rendement en een late oogsttijd, dus hoge risico’s, is het verbouwen van deze druif alleen mogelijk voor grote rijke wijnbouwers. Volgens kenners kan de druif voor een grote wijn het verschil maken tussen fantastisch en fabuleus. Deze zijn dan niet afhankelijk van de toegevoegde waarde die de druif in een mogelijke blend met een percentage van een paar procent inneemt. In de nieuwe wereld wijnlanden is zijn verschijning steeds vaker in de vorm van een Cépage. Een zeer donkere druif voor rode wijn met een dike schil. Vroeger speelde Petit Verdot een grotere rol dan tegenwoordig. Petit Verdot rijpt zeer laat waardoor er maar weinig gebieden zijn waar hij tot gehele rijpheid komt, namelijk daar waar het langer warm blijft. Qua smaak lijkt de druif op Syrah, kruidig vol en complex. De druif heeft veel Tannines waardoor de wijn vaak een lange bewaartijd heeft. Als hij goed rijp is geeft de Petit Verdot een peperige, gekruide, geurige wijn met veel smaak, tannine, kleur en alcohol. 

Pinot Blanc
De Pinot Blanc is een witte druif en een mutant van de Pinot Gris, die weer een mutant is van de Pinot Noir. De druif wordt gebruikt voor witte wijnen en is onder andere aangeplant in de Elzas, Duitsland, Italië en Hongarije. De druivensoort is in Frankrijk ook wel bekend onder de naam Klevner en in Duitsland wordt de druif Weissburgunder genoemd. Pinot Blanc is een druivensoort die weinig ziektegevoelig is en heeft, om een mooi karakter te kunnen ontwikkelen, een goede rijping nodig. De druif geeft vrij neutrale wijnen en zowel in de smaak als de geur komen appels en wit fruit naar voren. De wijnen hebben laag zuurgehalte en zijn fris en fruitig. Vanwege dit karakter is de wijn goed toegankelijk en makkelijk te combineren. 

Pinot Grigio 
De Pinot Grigio druif of Pinot Gris is een witte druivensoort die een bijzondere mutatie is van de bekende druivensoort Pinot Noir. De kleur van de schil is namelijk grijs in plaats van rood. Hij geeft veel kleur aan de wijn, meer dan alle andere witte druivensoorten, maar heeft ook een uitdrukkelijk en geraffineerd parfum. Hoogstwaarschijnlijk komt de Pinot Grigio oorspronkelijk uit de Bourgogne in Frankrijk maar hij komt nu veelvuldig voor in de Elzas, Duitsland en Italië, waar hij grootse wijnen geeft. Het is een druif die uitstekend geschikt is voor de late oogst, om ‘dessert wijnen’ of ‘late harverst’ wijnen van te maken; wijnen met een hoge concentratie aan suiker en aroma’s zoals exotische en gedroogde vruchten, maar ook bloemige geuren zoals jasmijn of wilde rozen. Zelfs als hij niet laat wordt geoogst, geeft Pinot Grigio altijd licht zoete wijnen, wat hem nog eens op een andere wijze onderscheidt van anderen. 

Pinot Noir
De Pinot Noir is een wereldwijd veel aangeplante druif, de grote rode Bourgogne wijnen, maar ook de witte Champagnes hebben bijgedragen aan de bekendheid en populariteit van de Pinot Noir druif. Pinot Noir is één van de oudste druiverassen en vindt volgens kenners zijn oorsprong in het Nijldal. Vanuit Egypte zou de verspreiding vooral door de Romeinen plaatsgevonden hebben. Pas Vanaf de 4de eeuw wordt de Pinot Noir gekweekt in de Bourgogne. De druiventros lijkt in vorm op de "pinot", pijnboomappel, vanwaar de naam. 

De Pinot Noir is een winterharde druif, waarvan de stokken laat uitlopen en de bloei is daarom ook laat. De Pinot Noir gedijt het beste op een warme, voedzame en vochthoudende bodem. Hoe warmer de plaats, hoe beter de wijn zal worden. De rijping ervan is relatief vroeg, dus dat maakt hem minder geschikt voor warme gebieden. Pinot noir is gevoelig voor de omvang van de oogst, dus er dient flink gereduceerd te worden voor de pluk. Pinot noir geeft wijnen met een goede kleur, extract en zuiverheid in geur en smaak. De wijnen hebben zelden dezelfde intensiteit als die van cabernet sauvignon of syrah, maar dat pinot noir kan ook wijn leveren met kleur en structuur. Pinot noir staat voor subtiliteit, charme en soepel fruit. Vergeleken met de cabernet is hij over het algemeen rijker aan zuren en armer aan tannines. En, als het goed is, van een bijzondere puurheid. Zeer kenmerkend voor pinot noir is zijn 'terroirgevoeligheid'. De kleinste nuanceverschillen in bodem en klimaat zijn al in de wijnen terug te proeven, te meer omdat pinot noir bijna altijd ongemengd blijft. In de jongere wijnen proeven we frambozen, aardbeien, kersen, viooltjes en kool. In de oudere wijnen treffen we meer aardse tonen en een bouquet dat doet denken aan wild en soms zelfs drop. 

Pinotage 
De Pinotage druif is de nationale druif van Zuid-Afrika en is een kruising van pinot noir en cinsaut. Cinsaut werd vroeger in Zuid-Afrika 'hermitage' genoemd,. Dit in combinatie met de Pinot Noir heeft de druif de naam Pinotage gegeven. Het aandeel van de Pinotage aanplant is beperkt, slechts een paar procent, in Zuid-afrika, maar door zijn unieke status is zijn rol toch belangrijk. Pinotage gedijt het best in wijngaarden met gematigde klimatologische omstandigheden. In gebieden die niet te ver van de Atlantische of Indische oceaankust liggen. Pinotage heeft een uitgesproken aroma en de stijlen kunnen variëren van modern fruitig en houtvrij, via traditioneel kruidig en leerachtig, tot klassiek geconcentreerd, houtgerijpt en met rijpingspotentieel. Op eiken gelagerd geeft de pinotage de volgende kenmerken: kruidig, zwarte peper, munt, eucalyptus en violen. Unoaked: fruitig (bananen, aardbeien, pruimen en kersen) De in 1925 ontstane renaissance vanuit een kruising tussen de Pinot Noir en Cinsault geldt als Zuid-Afrika's orignele rode druif. De Pinotage zorgt voor heerlijk kruidige rode wijnen met een lange volle afdronk. De Zuid-Afrikaanse druivensoort die beroemd is om zijn rode wijnen.

Primitivo
Historie - Primitivo was voorheen voornamelijk een mengwijn, krachtig met flink wat alcohol (14-14,5%). Nu staat de wijn bekend als verleidelijke, zoete wijn, vol rijpe tannine en robuust. Lange tijd werd de Primitivo-druif enkel gebruikt als smaak- of kleurversterker voor andere, minder stevige, rode wijnen. In eerste instantie voor veel Franse en een aantal Duitse wijnen, later voor veel Italiaanse wijnen uit het noorden. Begin jaren negentig van de vorige eeuw begonnen Pugliese wijnmakers met het produceren van echte Primitivo-wijnen. De eerste jaren leidde deze een vrijwel onbekend bestaan, maar langzaamaan kwam de erkenning van de Primitivo in een stroomversnelling. Vandaag de dag is er zelfs sprake van een erg modieuze druif. De moderne technieken hebben enorm geholpen tot de beschaving van de Primitivo-druif. Er is nu sprake van een elegante, soepele en intens smakende wijn van een aanbevelingswaardige kwaliteit. Kenmerken zijn vooral kersen, kruidige specerijen en chocolade met een bittertje.

Eigenschappen - De Primitivo-druif is een vroegrijpe blauwe druif die voornamelijk in Puglia groeit, de hiel van de laars aan de Adriatische zee. Het betreft een kleine druif die zoals gezegd goed tegen droogte en warmte kan. Recentelijk wetenschappelijk dna-druivenonderzoek heeft uitgewezen dat de druif zeer verwant is aan de Zinfandel in Californië en de Plavac Mali in Kroatië - en er vinden op dit moment ook enkele experimenten plaats op wijnakkers in Zuid-Amerika. De oorsprong van de "echte druif" is al jaren onderwerp van een welles-nietes spel tussen Italië en de VS. Inmiddels wordt aangenomen dat de Primitivo de moederdruif is, omdat het Pugliese klimaat in tegenstelling tot dat in Californië in al die jaren nauwelijks is veranderd - nu is er sprake van een identiek klimaat. Wel heeft het recentelijke succes van de Zinfandel voor een enorme opwaardering van de druif in het algemeen gezorgd.

Proefnotitie - De proefnotitie van een gemiddelde Primitivo is als volgt: het betreft een erg fruitige wijn qua neus, maar vluchtig, na walsen van het glas komt meer een bouquet vrij waarin u rijp zwart fruit ruikt. De smaak is fijn en zacht, kersen met ronde tannines, gecombineerd met een lichte kruidigheid. De afdronk garandeert zeer zeker de gewenste body. Het betreft een wijn om echt voor te gaan zitten, maar nog beter is 'm te drinken tijdens het dineren. Bijvoorbeeld in combinatie met lekkere kazen, een stevig stuk vlees of een smakelijke, volle pasta.

Opgemerkt - Volgens de Italiaanse wijnwetgeving mag deze wijn voor 85% uit Primitivo-druiven bestaan en voor 15% uit andere druivensoorten (veelal Sangiovese), dan nog mag er "Primitivo" op het etiket prijken. Die overige 15% maakt een wereld van verschil, afhankelijk van welke druivensoort daarvoor wordt gebruikt. Tot slot geldt voor wat betreft de kleur van de Primitivo: hoe ouder, hoe donkerder neigend naar amber. Het aroma en de smaak wordt meer en meer van overrijpe kersen.

Prosecco 
De prosecco druif is een witte druif en wordt voornamelijk gebruikt voor mousserende wijn. De prosecco druif is aangeplant in Italië ten oosten van Venetië en in Frioul. Er doen twee verhalen de ronde over de oorsprong van deze druif. De eerste is dat de druif afkomstig is uit de gelijknamige gemeente Prosecco en de ander is dat de druif uit de provincie Padua komt, waar de soort Serprino heet. In het begin van de 19e eeuw werd de prosecco massaal aangeplant in de provincies Treviso en Padua. De prosecco druif is vanwege zijn lichte structuur, weinig suikers, hoge aciditeit en frisse aroma's uitermate geschikt voor mousserende wijnen. De Prosecco heeft grote, lange trossen en ronde kleine druiven die vrij zoet van smaak zijn. De druif is begin oktober rijp en gedijt goed op niet al te droge plaatsen. Prosecco geeft wijnen met een strogele kleur en een bescheiden alcoholpercentage. De druif wordt ook wel voor stille wijnen gebruikt met een smaak van peer en een licht bittertje. 

Regent
Dit is een vrij recent druivenras uit Duitsland en volgens kenners een zeer goed ras voor de toekomst. De Regent druif wordt ook in Nederland aangeplant en heeft kleine druiven. De wijnen zijn over het algemeen diep rood, vol van smaak met voldoende tannine. Rijping op hout doet hem goed. Ook worden er stevige rosés gemaakt van deze druif. In de wijngaard Het is een vrijwel volledig resistent ras. Het is een sterke groeier met een loofwand die niet dicht groeit. Er komt dus voldoende zonlicht doorheen om de trossen goed te laten kleuren en rijpen. Regent is een zeer vruchtbaar ras dat snel trossen vormt (soms zelfs al het tweede jaar) en een behoorlijke opbrengst geeft. Om een goede wijn te krijgen moet wel een deel van de trossen verwijderd worden. Regent rijpt mooi op tijd en kan vanaf eind september geoogst worden. Voor een volle wijn is het van belang dat de trossen een hoog suikergehalte halen en goed afrijpen, zodat het zuurgehalte voldoende zakt. 
De Regent is een van de weinige Neuzüchtungen of kruisingen, die een grote toekomst voorspeld wordt. Hij levert namelijk vurige, bijna mediterrane wijnen.  
Geschiedenis: In 1967 slaagde het onderzoekinstituut voor druiventeelt Geilweilerhof bij Siebeldingen in de Südpfalz erin om een kruising te maken uit (Silvaner x Müller-Thurgau) x Chambourcin, waarbij het ongeveer een eeuw oude Franse ras voor resistentie zorgde. Na jaren van selectie en vermeerdering volgde de eerste experimentele aanplant op proefbedrijven vanaf 1985. In de jaren negentig kreeg de Regent officiële erkenning als ras en werd hij toegelaten voor de productie van kwaliteitswijn. 
Betekenis: De Regent is tegenwoordig in bijna alle wijnbouwgebieden te vinden. De grote belangstelling van producenten voor aanplant ervan blijkt overduidelijk uit de statistieken. Alleen al tussen 1997 en 1998 steeg de aanplant van Regent 70 tot 178 hectare, in  1999 was dat al 324 in 2000 449 en in 2001 650 hectare. In 2002 bedroeg de aanplant 950 hectare en in 2004 meer dan 2000. Momenteel zijn het bijna 2200 hectare. Daarmee bestaat ruim 2% van de Duitse aanplant uit Regent. Zwaartepunten bij de teelt liggen in Rheinhessen (800 ha), de Pfalz (650 ha) en in Baden (ruim 300 ha).  
Teelt: Dankzij zijn vroege rijping, een meer dan gemiddeld mostgewicht en een hoge resistentie tegen wintervorst is het mogelijk de Regent ook aan te planten in marginale wijngaarden voor rode wijn. Regent is ook resistent tegen schimmelziekten, maar is gevoelig voor koude en wind. In dat geval bestaat gevaar van voortijdig vruchtverlies. De weerstand tegen valse meeldauw, oïdium en botrytis is dusdanig goed, dat gebruik van veel chemische plantbeschermingsmiddelen achterwege kan blijven. Omdat de wortels van de Regent wel gevoelig zijn voor de druifluis, moet hij wel geënt worden op de onderstokken. 
Vinificatie en smaak: Regent haalt mostgewichten die nog boven die van Spätburgunder uitkomen. Evenals bij Spätburgunder blijven de opbrengsten binnen de perken. De wijnen vallen dienovereenkomstig stevig uit. De bescheiden zuren maken het mogelijk er milde, soepele rode wijnen met een aantrekkelijke kleur van te maken.
In het glas: Hoewel Regentwijnen nog maar pas op de markt zijn, is al wel duidelijk sprake van een eigen stijl. Meestal zijn het volledig droge wijnen met de nodige materie en tannine die bijna mediterraan aandoen. Aroma’s van kersen en zwarte bessen herinneren aan andere gerenommeerde rode wijnen. Wijnen van topkwaliteit worden ook in barriques opgevoed. De wijnen zijn betrekkelijk vroeg op dronk en prima begeleiders van charcuterie en goed gerijpte bergkaas, evenals van smaakrijke vleesgerechten met geconcentreerde sauzen, lamsbout, ossenstaartragout of wild.

Riesling 
De Riesling druif is de grote druif van de wijnen van de Rijn en Moezel en de riesling doet het uitstekend in koele klimaten. De natuurlijke zuurgraad van deze wijn geeft hem geweldige bewaarmogelijkheden, tot tientallen jaren. De laatste jaren is de aanplant steeds licht gestegen, verwacht wordt dat deze tendens blijft bestaan. Eerste kwaliteitswijn druivensoort en uitgangspunt sinds het begin van de Duitse Wijnbouw in 1775. Staat naast de Chardonnay druif bekend als een van de beste witte druivenrassen. Wordt veel verbouwd langs de Rijn en Moezel. Deze beroemde, vroeg rijpe druivensoort voor witte wijn krijgt niet altijd het begrip en de waardering die hij verdient. In de Noord-Duitse Moezel waar men enkele van de meest beroemde Riesling-wijnen produceert, beschouwt men deze druif als een laat rijpende varieteit. Dit in vergelijking met de Müller-Thurgau, een varieteit die zo ongeveer overal wel wil rijpen. Er zijn zeer veel verschillende Riesling-wijnen: van droog en jong drinkbaar tot zoete trockenbeerenauslesen die zeer goed lang weggelegd kunnen worden. Wijn gemaakt van Riesling is licht in alcohol, heeft verfrissend veel fruit en heeft het bijzondere vermogen het karakter van het gebeid en de ‘terroir’ door te geven. In de jonge wijnen proeven en ruiken we citrus, bloemen en staal-achtige, droge tonen. In de edele zoete wijnen vooral honing, bloemen en veel meer, maar altijd blijft er een prettig en verfrissend zuurtje te onderscheiden. 

Rondinella 
Rondinella blijkt reeds in de 19e eeuw geïntroduceerd te zijn in de provincie van Verona en dankt haar naam aan de speciale (paars)zwarte kleur van de bes, gelijkend op de zwarte kleur van zwaluwen (zwaluw is 'rondine' in het Italiaans). Ondanks de lange geschiedenis hoeft het op zich nochtans nauwelijks te verwonderen dat dit blauwe druivenras eerder weinig bekendheid geniet. Dit ras staat immers steevast in de schaduw van het grote broertje, corvina. Rondinella is één van die vele Italiaanse autochtone druivenrassen die het Italiaanse wijnlandschap zo boeiend maken. Je zal deze druif normaliter niet vinden in een andere regio dan in de Veneto - tenzij uiteraard in de wijngaard van één of andere experimentele wijnfreak - want rondinella vindt niet alleen haar oorsprong in de Veneto maar gedijt er ook het best. De wijnen waarvoor rondinella als blenddruif wordt aangewend zijn doorgaans wel vrij bekend. Ten eerste voor de eerder eenvoudige DOC Bardolino naast het Gardameer en ten tweede voor de basis Valpolicella (en Valpolicella Classico) DOC. Haar kwaliteiten worden echter vooral aangewend voor de Amarone-wijnen (droge rode wijnen met extra veel concentratie en hoger alcoholgehalte verkregen door het indrogen van de druiven voor de persing) en de Recioto-wijnen (idem als Amarone maar zoet). Door de karakteristieken van de bessen is rondinella immers bijzonder geschikt om te laten indrogen alvorens er wijn van te persen 

Rousanne 
Aromatische wijn met aroma’s van rijpe peer & bloesem. Als de wijn wat ouder is kun je iets noot-achtigs tegenkomen.

Roussanne is een elegante druivensoort voor witte wijn. Meest gebruikt in de Rhône en de Zuidfranse Midi. Roussanne rijpt laat en dat kan wat problemen opleveren in sommige koudere gebieden. Tegenwoordig ook aangeplant in andere landen zoals Australie en Zuid-Afrika. De wijnen zijn geurig, fruitig, kunnen iets kruidig zijn en hebben een goed potentieel om te ouderen. 

Sangiovese 
De Sangiovese druif is een oude en van origine Toscaanse druif die waarschijnlijk afkomstig is van de wilde “vitis silvestris”. Het is één van de oudste Italiaanse druivensoorten en heeft zijn naam te danken aan het Latijnse "sanguis Jovis" wat "bloed van Jupiter" betekent. Overal in Italië is deze druif aangeplant en is inmiddels zo'n 14 keer gekloond. In het begin van 1800 is de druif verdeeld in de Sangiovese Grosso en Sangiovese Piccolo. Het verschil zit hem voornamelijk in de grote van de druif. Deze soort gedijt het beste in een gemiddeld warm klimaat op een goed gedraineerde bodem. Hij rijpt laat en is gevoelig voor regen tijdens het oogstseizoen. De druiven hebben weinig fruit, maar veel zuren en tannines, weinig suiker en alcohol en is vrij aards. De meeste druiven worden gebruikt voor de productie van Chianti en Chianti Classico. Een klassieke Sangiovese wijn is droog, bevat veel tannine en heeft een gemiddelde complexiteit. Daarnaast heeft de wijn veel zuren en tonen van kersen, kruiden en champignons. Naast Italië is de Sangiovese ook aangeplant in Argentinië, Roemenië, Chili en Australië. Sangiovese heeft een lange rijptijd en wordt meestal tussen half september en eind oktober geoogst. 

Sauvignon Blanc 
Frisse wijn met aangename zuren. Tropisch fruit, bijvoorbeeld lychee & ananas, met een beetje vers gemaaid gras.
De sauvignon Blanc druif is een aromatische druivensoort voor witte wijn en levert wijnen die droog, verfrissend en snel drinkbaar zijn. sauvignon Blanc zien we in veel wijngebieden over de hele wereld, maar wordt van origine veel aangeplant in Frankrijk. De Loirevallei is de belangrijkste Franse streek voor sauvignon blanc, met de Pouilly-Fumé en Sancerre als de absolute toppers. De sauvignon blanc druif heeft gezorgd voor het succes van de Nieuw-Zeelandse wijnen, wijnen die opvallen door een bijzondere frisheid en een zekere grassigheid, kenmerkend voor Nieuw-Zeeland. Op hout gerijpt wordt sauvignon blanc ook wel Blanc Fumé genoemd. Vroeg geplukt geeft de sauvignon blanc een expressief aroma van buxus, citrusfruit, gras, asperges, bloemen en brandnetel. Overrijp geplukt wordt hij wat flauw. De sauvignon is gevoelig voor extreme warmte en ontwikkelt zich het best in koele wijngaarden. Hij kan in meerdere stadia van rijpheid worden geplukt, zodat de grassige aroma’s worden gecombineerd met rijpe elementen van tropisch fruit. Men kan in de sauvignon blanc de volgende smaken herkennen: groene appels, kruisbessen, grapefruit, ananas, asperges en gemaaid gras Ook is de sauvigon blanc beroemd vanwege zijn bijdrage in de edele zoete wijnen uit het Bordeauxgebied Sauternes. Door de vrij compacte trossen is deze druivensoort gevoelig voor rotting, botrytis, die onder de juiste omstandigheden de natuurlijke zoetheid kan concentreren om zo een edele zoete wijn te kunnen maken.

Semillon 
De Semillon druif wordt wereldwijd op grote schaal aangeplant, maar komt vaak niet geheel tot zijn recht. De Sémillon druif behoort samen met de Chardonnay en de Sauvignon tot de drie bekendste druiverassen voor witte wijn in Frankrijk. Hij komt vooral in het Bordeaux-gebied voor. Samen met de witte Sauvignon-druif zorgt ze voor de wereldberoemde zoete Sauternes-wijn. Sémillon Blanc is dan ook geschikt voor zoetere wijnen nadat de druiven zijn aangetast door edele rotting. Het is een sterke groeier met goed afrijpend hout, dat redelijk winterhard is. De ogen lopen in het voorjaar matig laat uit, zodat de kans op schade door nachtvorst gering is. De Sémillon is niet zo gevoelig voor ziekten, alleen botrytis treedt vaak op (edele rotting). De Sémillon kan onder de juiste omstandigheden prachtige fijne wijnen leveren die goed kunnen ouderen. De druif levert wijnen met veel extract en weinig zuren. 

Syrah
Kruidige wijn met aroma’s van zwarte peper, blauwe bessen, frambozen, pure chocolade en koffietonen.
Hoe je Syrah of Shiraz smaakt, hangt vooral af van waar hij vandaag komt. Syrah uit de Franse Rhône is subtieler en ingetogener dan de Shiraz uit de Nieuwe Wereld. In de Rhône zijn ze vaak iets rokerig, kruidig en mineralig. Soms ruikt hij iets peperig. De Shiraz uit Australië is aanmerkelijk krachtiger en vaak iets zoeter. Je kunt bij ons vijf wijnen van de Shiraz kopen. Je vindt ze aan de linkerkant van deze pagina.

Oorspronkelijk komt de Syrah uit het Noordelijke deel van de Franse Rhône Vallei. De gemeente Hermitage wordt als zijn bakermat beschouwd. Eeuwenlang werd hij vooral gebruikt om blends van andere druiven meer diepgang, kleur en kruidigheid te geven.
In de 18e eeuw belandden Syrah druiven zelfs in de grote Bordeaux van Lafite en Latour. Nog steeds wordt hij gemengd met bijvoorbeeld Grenache in Château-Neuf-du-Pape. 

De laatste jaren is de Shiraz aan een stevige opmars bezig als uiterst populaire cépage wijn. En dat is niet in de laatste plaats te danken aan de Australische wijnmakers. De Shiraz - zoals hij buiten de Rhône genoemd wordt - was een van de eerste druiven die hier in de negentiende eeuw arriveerde. Inmiddels is het de meest aangeplante druif van Australië. De Australische Shiraz uit bijvoorbeeld Hunter Valley of Barossa is voller, rijper en meestal iets zoeter dan de Syrah uit de Rhône. Bombastischer, met andere aroma's, variërend van chocolade, potloodslijpsel tot zwarte peper. Ook steeds meer wijnmakers in Californië, Spanje, Oostenrijk, Italië en Hongarije zijn sinds enkele jaren driftig aan het experimenteren geslagen met deze dieprode krachtpatser.

Tempranillo
Tempranillo is afgeleid van ‘temprano’, wat "vroeg" betekent: de druif is vroeg rijp en kan dus als één van de eerste worden geoogst. 

De druif kent verschillende namen en lokale varianten: Tinto fino, Tinto del País, Tinta de Toro, Tinto de Madrid, Ull de llebre en Cencibel. Waarschijnlijk zijn sommige van deze druiven niet geheel identiek, maar klonen van de Tempranillo. Temranilli wijnen zijn het proberen meer dan waard.

De Tempranillo druif behoort tot de beste inheemse druivenrassen van Spanje en vormt de ruggengraat van de meeste Spaanse wijnen, met name wijn uit Rioja, Ribera del Duero en Toro.  

Tempranillo druiven hebben een dikke schil en produceren donker gekleurde, elegante wijnen met een lage zuurgraad, voldoende tannines. Doordat zij resistent zijn tegen oxidatie kan Tempranillo wijn langer bewaard worden. De wijnen zijn fruitig, maar niet al te sterk aromatisch. De smaak is specifiek voor de druif en soms moeilijk precies te definiëren: doet denken aan kersen, zwarte bessen, aardbeien, (vooral na enige rijping) pruimen en een vleugje kruiden. Tempranillo wijn is goed te combineren met een grote variëteit aan gerechten.
Tempranillo in wijn wordt vaak gecombineerd met andere, sappigere en aromatischere druivensoorten. In Rioja zijn dit de Garnacha, Mazuelo (Carinena), Graciano en de witte druif Viura (Macabeo). Tempranillo toegevoegd aan Monastrell geeft de wijn meer kleur en body, zoals in Jumilla en de Penedès. In Valdepeñas is Tempranillo (Cencibel) dominant en in dat gebied worden vaak witte druivensoorten toegevoegd om de wijnen soepeler te maken. De Tempranillo is uitermate geschikt voor het wat koelere klimaat van Ribera del Duero, waar topwijnen worden geproduceerd, maar ook in het ’s zomers vaak hete Toro en sinds kort ook in La Mancha (El Vínculo) worden met de lokale varianten van de Tempranillo druif verbluffende resultaten geboekt.
Verder wordt de druif o.a. ook verbouwd in Costers del Segre, Utiel-Requena, Navarra en Somontano. Sinds enige tijd is de druif ook te vinden in Portugal, als Tinta Roriz, Zuid Frankrijk, Australië, Nieuw Zeeland en in geringe hoeveelheden ook in Californië. 

Aroma's: rood fruit (aardbeien, rode kers), zwart fruit (braambes, zwarte kers, zwarte bes), gedroogd fruit (pruim, dadels, vijg), aards (aarde, bos, natte bladeren), specerijen (laurier, drop, tabak, nootmuskaat, vanille), kruiden (oregano, salie, anijs) hout (vanille, zouthout, eikenhout), karamel, koffie, cacao, chocolade en roasted tones.

De Tempranillo heeft ook een witte variant, een natuurlijke mutatie van de traditionele rode tempranillo. Het is een bijzondere en zeldzame druif. Het is een goedgekeurd wit druivenras voor de DOC Rioja. 

Touriga Nacional 
De Touriga Nacional is de topdruif in het Douro gebied voor de port wijnen en is tevens belangrijk voor heel Portugal. Hij wordt beschouwd als de Cabernet Sauvignon van Portugal. Het is een stevige groeier die geen hoge opbrengsten geeft maar uitmunt in kwaliteit. Hij is droogte en hitte bestendig. 

Kenmerken: 
De jonge Touriga Nacional bezit een diep en intens aroma dat doet denken aan Cabernet Sauvignon, zelfs in combinatie van donkere zoete vruchten met een bladachtige frisheid en een nuance van viooltjes. Tijdens de rijping tot port ontwikkelt de wijn prachtige rijke smaken van moerbei en braam, zonder de zwarte peperachtige scherpte en het verleidelijk aroma van bloemen te verliezen. Als tafelwijn heeft de wijn nogal wat tijd nodig om zijn tannine te verliezen, tenzij hij wordt gemengd met andere soorten, maar de fruitsmaken worden zoeter en rijker door rijping.

Trajadura
Trajadura (oftewel: de Treixadura) is een vroegrijpende druivensoort die aromatische wijnen levert in de Vinho Verde. Een druif van goede kwaliteit, produceert wijnen met een diepe gouden strogele kleur, een aroma van rijp fruit zoals appel, peer en perzik. Typeert een fijn, warm en rond mondgevoel. Trajadura is ziekteresistent en heeft een tamelijk hoge opbrengst. De druif moet vroeg geoogst worden omdat anders de zuurheid verloren gaat. De Trajadura druif word meestal gebruikt om te mengen met andere druivenrassen (bijvoorbeeld Loureiro en Alvarinho). 
 
Trincadeira
De Trincadeira is een blauwe druivensoort, die bijna overal in Portugal wordt verbouwd. De Trincadeiro heeft veel synoniemen. Hij groeit in verschillende wijnregio's en overal hebben de wijnboeren hem in de loop der tijd hun eigen naam gegeven. De meest gebruikte zijn: Tinta Amarela, Espadeiro, Murteira, Mortágua, Crato Preto en Ovelha Tinto. Trincadeira is in de zomer makkelijk te herkennen aan de frisgroene kleur van de bladeren, die geen last hebben van de sterke zonnestralen. Moeilijke druivensoort, zeer gevoelig voor bacteriën in een vochtig klimaat. Doet het uitstekend in Beira Interior vanwege het mediterrane klimaat. Wijnen, gemaakt van Trincadeira leveren kruidige, pittige wijn op met pruim- en chocoladeachtige volheid met verfijnde tannine. Goed geschikt om te bewaren. 

Verdeca
Verdeca is een wit druivenras typisch voor Apulië, en vooral terug te vinden in de provincies Taranto en Bari. Masseria Li Veli maakt sinds 2009 een schitterende, pure verdeca die uitblinkt omwille van de uitgesproken citrustoetsen, die nog ondersteund worden door frisse kruidigheid.  Verdeca is de belangrijkste druif binnen de twee appellaties DOC Locorotondo en DOC Martinafranca, en een aanvuldruif binnen de DOC Ostuni. Helaas is de aanplant van dit ras sterk achteruitgegaan. Verdeca is een druif die zijn oorsprong vindt in het noordwesten van Puglia. De druif wordt nogal eens verward met de Verdicchio druif uit de Marche (mede omdat een van de synoniemen Verdicchio Verde is), maar Verdeca is genetisch een volstrekt verschillende druif. Verdeca levert mooie minerale wijnen met een goede zuurgraad, waardoor de druif ook in het zeer ware Puglia goed te verbouwen is.     
Wijn gemaakt van de Verdeca druif is een perfecte match bij mooie gerechten met mosselen, zeevruchten en schelpdieren.  

Verdejo
Eén van de beste witte druivenrassen in Spanje. Alternatieve benaming: Botón de Gallo Blanco, Gouvejo, Verdeja blanca, Verdelho.
De Verdejo wordt veel aangeplant in de omgeving van Valladolid, Segovia en Avila. Het is het belangrijkste druivenras van het wijngebied Rueda. De druif produceert zeer aromatische, zachte wijnen met 'body'.
De wijnen van de verdejo druif vertonen over het algemeen een karakteristieke lichte bittertoon.  De wijnen zijn goed van structuur en hebben een goede balans. Wordt ook wel gecombineerd met Macabeo, Sauvignon blanc. Kenmerkende aroma's o.a.: peren, grapefruit, citrus, bloesem, mineralen, kruiden, honing, noten.
Deze druif is één van de beste en meest gebruikte witte druiven van Spanje, met name in het Rueda gebied waar hij als een nationale trots wordt gekoesterd en waar de beste Verdejo wijnen vandaan komen.

De Verdejo druif is een Spaanse druivensoort, afkomstig uit het Rueda gebied (Noord-West Spanje, net onder de stad Valladolid). Hij ontleent zijn naam aan het spaanse woord ‘verde’, wat ‘groen’ betekent. Decennia lang waren de wijnen van de Verdejo druif van middelmatige kwaliteit, waarschijnlijk vanwege een gebrek aan ambitie van de wijnboeren uit de Rueda en een gebrek aan concurrentie van andere wijngebieden. Een aantal gerenommeerde Spaanse wijnmakers heeft daar uiteindelijk verandering in gebracht door de Rueda in te trekken om wijnen van hoge kwaliteit te gaan produceren. Eerst van de Sauvignon blanc maar later ook van de Verdejo. Sindsdien zijn de kwaliteit en populariteit van de Verdejo’s sterk toegenomen.

Eind vorige eeuw werd het voortbestaan van de Verdejo – en vele andere druiven – bedreigd door een zware Europese druifluis epidemie. Gelukkig heeft hij die overleefd en wordt de Verdejo tegenwoordig weer veelvuldig aangeplant in de omgeving van Valladolid, Segovia en Avila in het Rueda gebied, waar het de belangrijkste druivensoort is. Het klimaat is vanwege de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht – zeker naar Spaanse maatstaven – zeer geschikt voor de opvoeding van de Verdejo die daardoor z’n frisse en fruitige karakter krijgt. De Verdejo wordt buiten Spanje (vrijwel) niet aangeplant. 

De Verdejo druif levert in het algemeen frisse, fruitige wijnen met een mooie zuurgraad; het aroma is uitgesproken en de smaak zacht. Zodra je een Verdejo wijn ruikt en proeft, weet je gewoon dat het een Verdejo is. In die zin is hij wel een beetje te vergelijken met de Grüner Veltliner. Vreemd genoeg is het echter vrij moeilijk om te beschrijven wat dan precies die herkenbaarheid is. In het aroma zitten meestal elementen van citrusfruit, appel, peer, bloemen en kruiden. Aangevuld in de smaak met een lichte zacht-kruidige bittertoon geeft dat de Verdejo wijnen een eigen karakter. Ik zou zeggen: gewoon een keer proeven en je weet voor de rest van je leven hoe een Verdejo smaakt! De Verdejo druif wordt regelmatig geblend met de Sauvignon Blanc waardoor de wijnen iets frisser worden, maar de Verdejo blijft meestal de bovenliggende druif.
Verdejo wijnen worden merendeels jong gedronken, hoewel houtlagering en daardoor een langere bewaartijd tot de mogelijkheden behoort. De houtgerijpte Verdejo’s zijn (nog) rijker en complexer en bevatten zachte tonen van noot en honing.
Bijzonder aan de Verdejo druif is dat hij erg gevoelig is voor contact met zuurstof: daarom worden de druiven vaak in de koelte van de nacht geplukt, zo snel mogelijk geperst en in metalen vaten gegoten. Met behulp van stikstof worden de druiven gedurende dit gehele proces zoveel mogelijk beschermd tegen zuurstof om voortijdige gisting te voorkomen.

Vermentino
De Vermentino druif is waarschijnlijk familie van de Malvasia druivensoort en wordt gebruikt voor het maken van witte wijn. Op Corsica worden van deze druivensoort krachtige, intense, witte wijnen met veel kleur gemaakt. Verder wordt de Vermentino ook in het zuiden van Frankrijk aangeplant.  In de smaak en geur veel rijp fruit, noten, en hij is enigszins kruidig. In zijn smaak herken je naast zachte citroentonen ook een aangename kruidigheid. Vermentino staat voor witte wijnen van een uitstekende kwaliteit, krachtig, vol, intens aromatisch en zijdezacht van smaak. Ook hebben de wijnen een mooie lichte en kristalheldere kleur. Deze subtiele en evenwichtige wijnen kunnen echter bij grote rendementen een gebrek aan zuren vertonen.

Viognier
Bloemen, perzik en honing.
De Viognier is een bijzondere witte druif. Wijnen van de Viognier druif zijn de laatste jaren erg populair geworden, omdat deze een goed alternatief kúnnen bieden voor de frisse, droge Sauvignon Blanc wijnen en de zachte, soepele Chardonnay wijnen. Met de nadruk op kunnen: zoals Hamersma het zo mooi omschrijft is de Viognier namelijk de diva onder de druiven die een goede manager nodig heeft.

De oorsprong van de Viognier is onduidelijk, hoewel de leidende mening is dat de Romeinen hem lang geleden naar de Rhône hebben gebracht. Ook is onduidelijk waar haar naam vandaan komt: meest aannemelijk lijkt de naam van de Romeinse stad Vienne, maar anderen denken dat de naam is afgeleid van Gehennae (de weg naar de hel) vanwege de moeilijke groei eigenschappen. We mogen overigens blij zijn dat de Viognier überhaupt nog bestaat, want in de jaren zestig was er nog maar een tiental hectare mee beplant. Sinds de jaren tachtig is de Viognier echter op haar weg terug naar de top: alleen al in het Franse Condrieu (Rhône), dat als bakermat van de druif geldt, groeit de Viognier inmiddels op meer dan 100 hectare. Daarnaast wordt er ook steeds meer aangeplant in de Languedoc, Californië en nieuwe wijnwereld landen als Chili, Zuid-Afrika en Australië. 

De druif houdt van een arme, kalkrijke, granieten bodem en moet geoogst worden zodra het suikergehalte een potentieel alcoholgehalte van 13% kan leveren. De Viognier druif is relatief moeilijk te verbouwen en heeft een lage opbrengst; op de steile wijngaarden van Condrieu – waar het de enige toegelaten druif is – wordt vanwege de terrassenbouw de opbrengst nog verder naar beneden gebracht. 

Een Viognier wijn kan tot de absolute top onder de witte wijnen behoren en heeft vaak veel body en alcohol en weinig zuren. In goede vorm geeft de druif een mooie goudgele kleur en een breed geur- en smaakpalet met elementen van bloemen, perzik, mango, abrikoos, noten en honing. Daarvoor heeft de Viognier geen houtrijping nodig; sterker nog, eikenhout en Viognier houden niet zo van elkaar. Doorgaans worden Viogniers jong gedronken, hoewel bepaalde appelations langer kunnen worden bewaard. 

Conclusie: is de Viognier inderdaad de diva onder de druiven? Er is veel over geschreven, ze is bijna dood verklaard in de jaren 60 en staat nu weer aan de top. Is wispelturig, talentvol, geliefd en gehaat. Hoeveel meer diva wil je hebben? Een volmondig ja dus!

Zinfandel
De zinfandel is zonder twijfel de belangrijkste blauwe druif van Californië. Er worden witte, rode en roséwijnen van gemaakt, die variëren van jong en fruitig tot sterk en rijp. De zinfandel wordt ook op kleine schaal in Australië en Zuid-Afrika verbouwd. De wijnen karakteriseren zich door een aroma van bosvruchten, specerijen en een rokerige hint. Door onderzoek is vastgesteld, dat de zinfandel dezelfde druif is als de in Italië (Apulia) verbouwde primitivo ook wel gioia genoemd. Er is een grote gelijkenis met de uit Kroatië afkomstige plavac mali.

omhoog
Shop is in view mode
Bekijk de volledige versie van de site
Powered by Mijndomein